Leegte
 


Op de voorjaarsretraite op Papendal in Nederland, op 5 mei 2006, hield Thich Nhat Hanh deze lezing.

vertaling: Evelyn van de Veen en Willem-Peter Schouten

 
 


Lieve vrienden,
Weet je wat ik voel voor jou?
Je hebt me zoveel gegeven
Ik hou van jou.

Ik adem in, ik adem uit
Ik ben water dat weerspiegelt
Al wat werkelijk is en waar.
En ik voel diep van binnen
De ruimte in mij
Ik ben vrij, ik ben vrij, ik ben vrij

Breathing in I smile to my sangha

Goedemorgen, lieve sangha.

naar boven
 



de “ademkamer”

Ik heb een droom voor de 21ste eeuw. Ik weet niet of die droom werkelijkheid kan worden. Maar als jullie me helpen dan is de kans groot dat die droom werkelijkheid wordt. De 21ste eeuw is als een heuvel en we beklimmen die heuvel gezamenlijk, als een sangha. Het geeft veel vreugde om de heuvel als een sangha te beklimmen. Ik heb beloofd om met de sangha gedurende deze hele eeuw die heuvel te beklimmen.

Mijn droom is dat er in elk huis een kamer is om te ademen. In elk huis is er een plek voor het gezin om vrede te beoefenen. En die plek hoeft niet heel groot te zijn. Groot genoeg zodat alle leden van het gezin er rustig kunnen zitten, ademen, glimlachen en luisteren naar de bel.

En de andere kant van de droom is dat er in elke stad een huis is om leven in aandacht te beoefenen, we noemen dat huis “huis van volle aandacht”.

Om te beginnen, wil ik praten over die kleine plek thuis die we de ademkamer noemen, de mini-meditatieruimte. En de jonge mensen kunnen met de hulp van hun ouders zo’n plek in hun huis maken. Je hebt alleen een klein belletje nodig in die kamer, en een paar meditatiekussens. Als je de kamer een beetje wilt aankleden kun je een vaas met bloemen neerzetten. En de bloemen brengen frisheid, schoonheid en goedheid. De jonge mensen kunnen met hun ouders overleggen om thuis zo’n plek te creëren. Ikzou die plek in huis “de vredeszone” noemen. Je gebruikt die plek niet om te spelen, niet om wat dan ook te doen, alleen om te zitten en vrede te beoefenen. Elke keer als je boos bent, of geïrriteerd, elke keer als je je moe voelt, kun je naar die kamer gaan en jezelf hernieuwen door het beoefenen van in- en uitademen.

Als je lijdt vanwege woede, of wanhoop, en als je dan je toevlucht zoekt in die kamer, dan kan niemand daar naar binnen gaan en je storen – zelfs je ouders niet. En iedereen in het gezin wordt van harte uitgenodigd  naar die kamer te gaan iedere keer wanneer ze voelen dat er geen vrede in hen is en ze boos zijn. Dus, wanneer je boos bent,  wanneer je je ongelukkig voelt, in plaats van te gaan schreeuwen of huilen, loop je langzaam, vredig naar die kamer. Je opent de deur langzaam en aandachtig, je gaat naar binnen en je doet de deur voorzichtig, langzaam dicht. Je buigt naar de bel en gaat zitten. En omdat je geleerd hebt hoe je de bel moet gebruiken, kun je nu beginnen met de bel uit te nodigen. En als je weet hoe je dat moet doen, dan ben ik heel trots op je, want je weet hoe je vrede moet beoefenen. Niet schreeuwen, niet huilen, niet schoppen, alleen in loopmeditatie die kamer binnengaan, gaan zitten en naar de bel luisteren.

Je ouders, de hele sangha zal trots op je zijn, omdat je weet hoe je vrede kan beoefenen. Stel dat je moeder zonet iets zei waar je vader boos over werd. In plaats van terug te schreeuwen, staat hij op en loopt langzaam in loopmeditatie naar de meditatiekamer. Hij opent de deur voorzichtig, gaat naar binnen, gaat zitten en nodigt de bel uit. Als je zo’n vader hebt, moet je trots op hem zijn: hij weet hoe je vrede kunt beoefenen! Op dat moment is je moeder misschien in de keuken groente aan het schoonmaken. Ze hoort de bel in de meditatiekamer, en ze weet dat haar man in de meditatiekamer vrede aan het beoefenen is. En hoewel haar woede nog niet helemaal verdwenen is, voelt ze zich trots op haar man. Ze bewondert haar man, omdat hij weet hoe je vrede kunt beoefenen. Andere mannen kunnen dat misschien niet, zij zouden misschien schreeuwen, iets kapot gooien, om hun woede te uiten. Dus met deze bewondering voelt ze zich veel beter van binnen! En de manier waarop ze de wortels snijdt wordt vrediger. En ze zegt tegen zichzelf: hij is aandachtig aan het ademen, waarom doe ik niet hetzelfde? Dus vader is aandachtig aan het ademen, moeder is aandachtig aan het ademen, beiden gaan ze op een goede manier met hun woede om. Je moet trots zijn op je ouders!

En plotseling heb je zin om je vader te steunen. Je loopt met kleine, vredige passen in de richting van de meditatiekamer. Je doet heel zachtjes de deurklink naar beneden en opent de deur. Je wilt je vader niet storen. Je doet de deur zachtjes dicht. En dan ga je op een kussen zitten naast je vader. En samen met je vader ga je kalm inademen en glimlachend uitademen. Ik denk dat dat een prachtig tafereel is. De moeder die aandachtig aan het ademen is in de keuken, de vader en de zoon of dochter die aandachtig aan het ademen zijn in de meditatiekamer. Zelfs als je tien miljoen euro zou hebben om een schilderij van Van Gogh te kopen en in de hal van je huis te hangen, dan zou dat nog niet zo mooi zijn als wat het gezin op dat moment aan het doen is. Denk je dat mijn droom te groot is? Denk je dat je me kunt helpen om die droom te verwezenlijken? Help alsjeblieft!

De andere kant van de droom is om een plek te hebben in de stad waar mensen kunnen komen en kunnen leren om in aandacht te ademen, in aandacht te eten en in aandacht te lopen. En die plek moet geen tempel zijn, gewoon een huis. Er moet geen Boeddhabeeld staan, er moet geen wierook gebrand worden, zodat iedereen zich daar op z’n gemak voelt, zelfs als ze geen boeddhist zijn.

We hebben een paar van dit soort huizen opgericht in een aantal steden en we noemen ze “centrum voor het beoefenen van volle aandacht”. Het zijn non-confessionele, niet-religieuze plekken. Iedereen, boeddhisten, christenen, joden, moslims en anderen kunnen komen en zich volkomen op hun gemak voelen omdat er geen rituelen zijn. En er zijn daar mensen die in staat zijn om te laten zien hoe je kunt genieten van zitten, ademen, lopen en eten in volle aandacht. Ik geloof dat we kunnen beginnen met een klein huis van volle aandacht. En wanneer de mensen die daar komen genieten van de oefening dan zullen ze proberen om het groter te maken, zodat meer mensen kunnen komen en genieten van de oefening. In Woodstock, in de Amerikaanse staat Vermont, is een centrum voor het beoefenen van volle aandacht. In Parijs is een “maison de la pleine conscience” (“huis van volle aandacht”, EvdV). En het zou geweldig zijn als we kunnen helpen om een dergelijke plek in elke stad van de wereld te creëren. Denk daar alsjeblieft over na, en bekijk of je iets kunt doen om te zorgen dat mijn droom waarheid wordt.

(tegen de kinderen)

Wanneer je de kleine bel hoort, sta dan op en buig naar de sangha. Als de dharma lezing voorbij is nodigen we jullie uit om samen een lied te zingen om de retraite af te sluiten.

In Washington DC zijn drie centra voor het beoefenen van volle aandacht. Daar zijn ook vrienden die naar gevangenissen gaan om gevangenen te helpen de oefening te leren kennen.

zuster La Nghiem: De dharma lezing van vandaag gaat over “waarneming”.

naar boven
 



de gevolgen van onjuiste indrukken

Woede, angst en wanhoop komen voort uit het feit dat onze indrukken onjuist zijn. En daarom moeten we nooit teveel op onze indrukken vertrouwen. Als je van iemand houdt, moet je hem of haar altijd vragen om je te helpen om verkeerde indrukken weg te nemen die je van jezelf en van hem en haar zou kunnen hebben. We kunnen elkaar heel goed helpen om onze onjuiste waarnemingen weg te nemen, met behulp van de oefening van diep luisteren en liefdevol spreken.

Wanneer er een misverstand is, dan lijden beide partijen daaronder. Wanneer je lijdt, geloof je dat je lijden wordt veroorzaakt door de ander. En je wilt hem of haar straffen omdat hij of zij het gewaagd heeft om jou te laten lijden. En daarom is de beste manier om met je lijden om te gaan, wanneer lijdt en je denkt dat dat lijden is veroorzaakt door de ander, om naar die ander toe te gaan en hem of haar de waarheid over jouw lijden te vertellen. Je vertelt hem, of haar: lieverd, ik lijd en ik wil dat jij weet dat ik lijd. Ik weet niet waarom je me dit of dat hebt aangedaan. I weet niet waarom je dit of dat tegen me gezegd hebt. Ik vind het heel erg. Help me alsjeblieft! Dit is al de oefening van liefdevol spreken.

Veel mensen willen wraak nemen wanneer ze pijn lijden. Ze lijden liever alleen dan dat ze om hulp vragen. Ze willen de ander bewijzen dat ze heel goed kunnen overleven in hun eentje, dat ze de ander niet nodig hebben. Wanneer de ander ziet dat deze persoon niet gelukkig is, dan vraagt die ander misschien: “gaat het wel goed met je? Ben je boos? Voel je je ongelukkig?” En met die boosheid in je, met dat lijden in je, zeg je: “Ik? Boos? Waarom? Ik ben helemaal niet boos, ik heb nergens last van, waarom zou ik boos zijn?” Je wilt op de één of andere manier laten zien dat je zonder hem, zonder haar best kunt overleven. Dus je sluit je liever op in je kamer en huilt in je eentje. Als de ander naar je toe komt en probeert om je te troosten, en zijn of haar hand op je schouder legt, dan zeg je: “laat me met rust!”. 

In zo’n geval worden we in beslag genomen door onze woede, we weten niet hoe we er mee om moeten gaan, en dan hebben we de neiging om de ander te straffen, omdat de ander het gewaagd heeft om ons te laten lijden. Daarom is het goed om met aandacht in en uit te ademen, om onze emoties tot bedaren te brengen, en dan naar hem of haar toe te gaan en te zeggen: “Liefste, ik lijd. Ik wil dat je dat weet. Help me alsjeblieft.”

Als er een verklaring is, dan hebben we de mogelijkheid om onze onjuiste indrukken weg te nemen. Misschien wil de ander je helemaal niet laten lijden. Maar omdat jij een onjuiste voorstelling van de situatie hebt, denk je dat je het slachtoffer bent van zijn slechte bedoelingen.

Ik ken een man die een tijdje weg was van z’n gezin en toen hij weer thuis kwam dacht hij dat het kind dat zijn vrouw intussen had gekregen niet zijn eigen kind was. En dat kwam omdat hij gehoord had dat een buurman zijn vrouw regelmatig kwam helpen toen hij zelf weg was. Dus, met die verkeerde indruk in zijn hart, kijkt hij zijn vrouw niet aan en gaat hij niet met haar om op een manier die werkelijke communicatie toelaat. En die situatie bleef zes of zeven jaar lang bestaan. En al die tijd leed hij eronder, en zijn vrouw ook, en het kind ook. Tot op een dag een vriend van hem op bezoek kwam. Het eerste wat de vriend zei was: “Die jongen lijkt precies op jou!” En nu geloofde hij dat dit zijn eigen zoon was. Maar in die zeven jaar is een heleboel lijden gecreëerd. Dus een verkeerde indruk kan je erg duur komen te staan. Je kunt je niet veroorloven om dergelijke verkeerde indrukken te hebben.

naar boven
 



luisteren naar de andere partij

De jonge terrorist, die klaar staat om te sterven, heeft een bepaald beeld van hemzelf en van de andere partij. He wil liever geen terrorist genoemd worden, hij noemt zichzelf liever iemand die zelfmoordaanslagen pleegt. Hij gelooft dat hij gaat sterven voor een goed doel. Hij gelooft dat hij gaat sterven omwille van gerechtigheid, voor God. Hij gelooft dat de andere partij probeert om hen te vernietigen, hun natie, hun religie, hun manier van leven. Hij begrijpt zichzelf niet, en hij wordt niet begrepen door ons. En daarom zou de Amerikaanse regering kunnen doen wat wij voorstellen, namelijk naar de andere partij gaan en zeggen: “Beste mensen, wij hebben geleden. Jullie hebben de Twin Towers in New York verwoest, en wij weten niet waarom jullie ons iets dergelijks hebben aangedaan. Hebben we iets verkeerds gedaan? Hebben we jullie iets aangedaan?  Hebben we geprobeerd jullie religie, jullie natie, jullie cultuur te verwoesten? Vertel ons alsjeblieft waarom jullie ons dit hebben aangedaan.” Dit is liefdevol spreken. 

En de mensen in Irak zullen proberen om te vertellen over hun leed, over hun moeilijkheden. Het is mogelijk voor politiek leiders om iets te zeggen als: “Misschien hebben we iets gedaan, misschien hebben we iets gezegd, dat bij jullie de indruk heeft gewekt dat we jullie als volk, als religie, als manier van leven willen vernietigen, maar in werkelijkheid is dat niet onze bedoeling. Dus, als jullie de moeite willen nemen om ons te vertellen wat er in jullie harten leeft, dan zullen wij leren van wat jullie zeggen en we zullen in het vervolg voorzichtiger zijn.” Onze politici hebben niet geleerd op deze manier te handelen. Op basis van hun beeld van de situatie, zetten ze onmiddellijk het leger, gewelddadige middelen in, omdat ze denken dat de andere partij van plan is om hen te vernietigen. 

Mijn boek “Woede” werd uitgebracht 24 uur na de gebeurtenissen op 11 september in New York. Ik was in de Verenigde Staten van Amerika op tournee om lezingen te houden. Twee dagen na deze gebeurtenis was er een bijeenkomst in Berkeley met een dharmalezing voor vierduizend mensen. Ik zei:  “Beste vrienden, ik weet dat jullie het erg moeilijk hebben, maar jullie moeten proberen kalm te blijven. Reageer niet onmiddellijk, dat is heel gevaarlijk.  En als je rustig geworden bent, dan zou je een gesprek kunnen beginnen. En de vraag stellen waarom de andere partij iets dergelijks gedaan heeft.”

De mensen daar wilden weten wat het was dat ze verkeerd gedaan hadden, dat geleid had tot een dergelijke afstraffing. Ik herinner me van die avond dat ik, kijkend naar het publiek van vierduizend mensen, de woede, de angst, het lijden, de verwarring aan hun gezichten kon aflezen. Maar we beoefenden het ademen in volle aandacht, en het luisteren naar de dharma. En na twee uur oefenen kon ik de transformatie in het publiek zien. Ik herinner me dat toen we afscheid namen, veel mensen opstonden en zeiden “dank u wel, dank u wel”.

In New York hadden we ongeveer tien dagen later een soortgelijke bijeenkomst in Riverside Drive Church. En we deden hetzelfde. We vroegen mensen om kalm te worden en een dialoog, een gesprek, te beginnen, om meer te leren over hoe de situatie werkelijk in elkaar stak.

Ik werd omringd door een groot aantal van mijn leerlingen, en veel van hen dachten dat het gevaarlijk was om op te roepen tot kalmte en vrede, terwijl mensen vol boosheid waren, en  juist wilden straffen. Een monnik zei dat het gevaarlijk was, omdat iemand een geweer zou kunnen meebrengen en me neer zou schieten als ik dingen zei die tegen hun gevoel van woede ingingen. Maar ik zei dat we in een situatie als deze de moed moeten hebben om de waarheid te zeggen. De waarheid is, dat wanneer er boosheid is, en je niet helder genoeg kunt denken om actie te ondernemen, dat dan de hele natie moet oefenen om kalm te worden, om de situatie beter te onderzoeken voordat actie wordt ondernomen. En als ik bang zou zijn om de waarheid te vertellen, dan zou ik het niet waard zijn om jullie leraar te zijn.

We deden ons best om inzicht en methodes te bieden om het probleem op te lossen. We zeiden dat we moeten proberen meer te weten te komen over de denkbeelden van de andere partij, en dat we ook onze eigen indrukken moeten bekijken. Iedereen heeft een beeld van zichzelf en iedereen heeft een beeld van de ander. En als we iets doen op basis van een verkeerd beeld, een verkeerde indruk, dan leidt dat tot oorlog, verwoesting, haat en geweld. We zeiden dat woede, geweld en wantrouwen zullen leiden tot meer woede, geweld en wantrouwen. En om die jonge mens die klaarstaat om te sterven voor wat hij een nobel doel vindt, om hem een terrorist te noemen en te proberen hem uit te schakelen, dat is geen oplossing. Proberen hem te begrijpen en proberen om te helpen om de verkeerde indrukken die hij heeft weg te nemen, dat is de basis voor vrede. De oorzaak van oorlog ligt niet alleen in zijn denkbeelden, maar ook in de onze! Als we weten hoe we moeten luisteren, dan zijn we in staat om onze eigen verkeerde denkbeelden weg te nemen, en dan kunnen we de ander helpen zijn of haar beeld weg te nemen.

We hebben vele jaren groepen Palestijnen en Israëli’s gesponsord om naar Plum Village te komen en met ons te oefenen. We hebben heel veel geleerd van hun oefening. Toen ze net aankwamen, waren ze niet in staat elkaar aan te kijken, omdat ze zoveel wantrouwen, woede en geweld in zich hadden. De sangha hielp beide groepen om in volle aandacht te ademen en te lopen, om rustig te worden. We ondersteunen hen bij het omarmen van hun emoties, van hun woede. In de week erna, introduceren we de oefening van het begripvol luisteren. Je luistert om de andere groep de kans te geven zichzelf te uiten, en hun lijden te verminderen. En degenen die spreken moeten leren om het soort taalgebruik te hanteren dat de andere groep helpt om je te begrijpen. Je kunt de andere partij alles vertellen dat in je hart is, al het lijden dat je hebt meegemaakt. Maar je moet niet beschuldigen of veroordelen. Want als je begint te beschuldigen en veroordelen, dan zal de andere groep niet in staat zijn om naar je te blijven luisteren. En als jij degene bent die luistert, denk er alsjeblieft aan dat het een daad van mededogen is om de andere partij de kans te geven hun hart te luchten. 

We zitten bij de groep die aan het luisteren is. We zitten bij de groep die aan het vertellen zijn, zodat we beide groepen kunnen ondersteunen. En de groep die luistert, realiseert zich na een paar uur dat de andere partij precies zo heeft geleden als zij zelf. En voor het eerst kunnen ze zien dat de andere partij ook uit mensen bestaat, mensen die heel veel geleden hebben net als zijzelf. En met dat inzicht, vallen de woede en de angst ineens weg en zijn ze in staat om met andere ogen naar hen te kijken. En wanneer je met mededogen naar hen kunt kijken, dan wordt je lijden veel minder! En jouw manier van kijken zorgt er ook voor dat zij veel minder lijden. Natuurlijk is het zo dat de andere groep, terwijl ze spreken,  verkeerde denkbeelden kan hebben over zichzelf en over ons. Maar we onderbreken hen niet, want als we dat doen, dan kunnen zij niet verdergaan. We zeggen tegen onszelf: “Er komt een moment in de toekomst waarop wij het soort informatie kunnen aanreiken dat hen kan helpen hun indrukken, hun denkbeelden, bij te stellen.” En met die gedachte in je hoofd, ben je in staat om te blijven luisteren met mededogen.

En na een aantal van dat soort bijeenkomsten, zijn de beide groepen in staat om hand-in-hand samen loopmeditatie te doen. En ze beginnen een keertje samen te eten. Je kunt de transformatie zien in elke persoon in de beide groepen. Ze zijn in staat geweest om verkeerde denkbeelden in zichzelf weg te nemen en om te andere partij te helpen om hún verkeerde denkbeelden weg te nemen.

We hebben vrienden die dit soort groepen sponsoren om naar Plum Village te komen om te oefenen. We zijn hen heel dankbaar voor het feit dat ze dit mogelijk gemaakt hebben voor onze vrienden uit het Midden-Oosten die zoveel lijden. 

En aan het eind kwamen de beide groepen samen en brachten verslag uit aan de hele sangha over de voortgang van hun oefening. En altijd beloven ze dat ze, wanneer ze teruggaan naar het Midden-Oosten, zullen blijven oefenen en activiteiten zullen organiseren zodat andere mensen kunnen meedoen en oefenen om hun lijden te verminderen. Ze organiseren dagen van aandacht, en retraites. En elke zes maanden gaan er monniken en nonnen heen, om hen te helpen.

naar boven
 



de situatie in Nederland

Een paar dagen geleden had ik in Amsterdam een ontmoeting met een aantal journalisten. En ik besprak met hen hoe belangrijk het is om de zaadjes van tolerantie, mededogen en openheid in mensen water te geven. Tijdens de oorlog in Vietnam hadden we veel vrienden in Nederland die ons ondersteuning boden bij onze inspanningen om de oorlog te beëindigen en oorlogsslachtoffers en weeskinderen te helpen. En we ontdekten dat de mensen in Nederland erg vrijgevig zijn, erg tolerant en open van geest. En als de journalisten deze mooie zaadjes water blijven geven dan zal het geluk constant toenemen. Maar als je de zaadjes van angst en discriminatie water geeft dan veroorzaak je veel lijden bij de natie, bij de mensen in Nederland. Een heleboel geweld en discriminatie komt tot uiting in de wereld, en als je weet hoe je over deze gebeurtenissen moet berichten, dan draag je niet bij aan het besproeien van de negatieve zaadjes in de mensen. In plaats daarvan blijf je de zaadjes van begrip, mededogen en openheid, die in iedereen zitten, water geven. 

Als ons hart groot is, als ons hart veel mededogen heeft, dan zullen we nooit lijden. En dat komt doordat we een correct beeld van de werkelijkheid hebben. Verkeerde denkbeelden veroorzaken angst, wantrouwen, haat. En dat maakt ons hart kleiner. Er is niet langer veel ruimte in ons hart, en we beginnen te lijden. Dus het is de rol van journalisten om te verhinderen dat de zaadjes van angst, wantrouwen en geweld water krijgen. En journalisten kunnen oefenen met diep kijken om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. Ze kunnen kijken naar mensen met ogen vol begrip en mededogen. Door over de gebeurtenissen in de wereld te berichten met de ogen van begrip en mededogen, kunnen zij helpen om hun volk, hun land te beschermen.

De Boeddha gaf een prachtig voorbeeld van begrip en mededogen. Hij zei: “Stel je voor dat je een handvol zout hebt en dat je dat zout in een kom strooit, en roert. Het water in die kom zal te zout worden om te drinken. Maar als je diezelfde handvol zout in de rivier strooit, dan kan je de rivier niet zout maken. Iedereen kan nog steeds het water uit de rivier gebruiken om te drinken en te koken. Een rivier is immens groot, en omdat een rivier zo immens groot is zal de rivier niet lijden vanwege een handvol zout.

Als je hart immens groot is, zoals het in het verleden was, dan zullen kleine dingen geen lijden teweeg brengen. Maar wanneer de zaadjes van wantrouwen en angst in jou water krijgen, dan krimpt je hart en je begint te lijden. Daarom is de beste manier om een natie, een land, te beschermen, ervoor te zorgen dat niemand de kans krijgt om de zaadjes van angst, van wantrouwen, van woede in ons water te geven.

Er zijn mensen van Arabische afkomst in dit land, er zijn mensen die de islam aanhangen in dit land. We moeten hen toestaan om de taal van openheid, van geweldloosheid, van broederschap te spreken. Omdat de mensen in Nederland hen jarenlang hebben omarmd met liefde en broederschap zouden zij zichzelf moeten kunnen uiten, omdat zij ook deel uitmaken van de natie, van het land. Dus onze spirituele en politieke leiders zouden op deze manier moeten kunnen handelen, en zouden moeten kunnen zeggen: “jullie maken deel uit van ons land, en ik weet dat jullie een groot hart hebben en dat jullie kunnen spreken ten gunste van broederschap, van openheid, van harmonie.”

En als jullie drie weken lang de goede zaadjes water geven, zei ik tegen de journalisten, dan zal Nederland weer gelukkig zijn, zoals in het verleden! Sta niet toe dat de zaadjes van wantrouwen, angst en woede water krijgen, dat is onze oefening!

naar boven
 



de ware aard der dingen:
geen geboorte en geen dood

We hebben gezegd dat we in de traditie van Boeddhistische meditatie spreken van inzicht, van correcte waarneming, van de juiste kijk op dingen, als het pad van emancipatie, van redding door middel van kennis en inzicht.

In Plum Village zijn we heel erg geïnteresseerd in de nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. En we kunnen de nieuwe ontdekkingen van de wetenschap gebruiken om onze meditatie te verdiepen. En daarbij gaat het om waarneming. Als wetenschappers naar deze tafel zouden kijken, zou wat ze er over zeggen met hun manier van kijken, erg lijken op wat Boeddhisten zouden zeggen. Het ziet er zus uit, het ziet er zo uit, maar in werkelijkheid is het niet zo! In de kwantumfysica bestaat deze tafel voornamelijk uit ruimte. En hij is niet zo statisch als hij eruit ziet. In elke atoom vindt een heleboel beweging plaats. En dat helpt ons om de uitspraak “vorm is leegte”een klein beetje beter te begrijpen. En het onderricht en het inzicht van synchronisatie in de hersens helpt ons om het onderricht van “geen zelf” beter te begrijpen.

Het ultieme doel van boeddhistische meditatie is om in contact te komen met onze ware aard. De aard van geen geboorte en geen dood. Het lijkt alsof er geboorte is en alsof er dood is, maar als je goed kijkt, dan is dat niet zo. Voor ons betekent geboren worden, dat je van niets plotseling verandert in iets; van niet-zijn word je zijn. We denken dat doodgaan betekent dat je van iemand niemand wordt. Daarom kan het doel van de wetenschap ook zijn het in contact komen met de ware aard van geen geboorte en geen dood. We hebben vanochtend de Hart Soetra gezongen, en daarin zongen we: er is geen geboorte en er is geen dood. Over energie en materie zei de Franse wetenschapper Lavoisier eigenlijk hetzelfde: “rien ne se crée, rien ne se perd”: er ontstaat niets en er gaat niets verloren; niets wordt geboren en niets sterft. En jullie weten dat Lavoisier geen Boeddhist was en geen dharmaleraar.

Als we heel goed naar een wolk kijken, kunnen we zien dat die ook de aard heeft van geen geboorte en geen dood. Vandaag zie je dezelfde wolk misschien niet aan de hemel, maar dat wil niet zeggen dat de wolk doodgegaan is, “niets” geworden is. Het kan dat een wolk verandert in regen of sneeuw of ijs, maar een wolk kan niet dood gaan, niet niets worden. We hebben helemaal niet de macht om van iets niets te maken. Als ik dit vel papier in brand steek, laat ik het niet helemaal verdwijnen. Tijdens het verbranden kun je waarnemen dat het papier verandert in hitte, in licht, in rook, in water. Je zou kunnen spreken van het leven na de dood van het papier. Na verbrand te zijn, stijgt een deel van dit papier op en wordt onderdeel van een wolk. Je kunt naar boven kijken en 'hallo' zeggen tegen het vel papier dat nu een andere vorm heeft aangenomen. Bij het verbranden wordt het papier hitte die doordringt in mijn lichaam, in jouw lichaam, in de kosmos. En dat is de voortzetting, in een andere vorm, van dat vel papier. De as die overblijft van het verbranden geven we misschien terug aan de tuin. De volgende keer dat we hier komen voor een retraite zien we het in de vorm van een grasspriet of een bloemetje. Misschien gaat het regenen uit die wolk en misschien valt er een druppel op je voorhoofd en dan is dat de nieuwe gedaante van het vel papier. De wolken die je in de lucht ziet, zijn een voortzetting van het water in de oceaan en in de rivier. Dit vel papier is ook de voortzetting van iets anders, van bomen. Als je met de ogen van een beoefenaar naar dit vel papier kijkt, dan kun je de bomen zien en de zonneschijn en de aarde. Alles dat we om ons heen kunnen waarnemen, heeft de aard van geen geboorte en geen dood. Ik denk dat alle mensen die mediteren en alle wetenschappers het met elkaar eens kunnen zijn dat de ware aard van de werkelijkheid is: geen geboorte en geen dood. Geboorte en dood zijn denkbeelden. Het zijn ideeën die niet van toepassing zijn op de werkelijkheid. Het denkbeeld van zijn en niet-zijn, dat is ontleend aan het denkbeeld van geboorte en dood, is ook alleen maar een idee. De werkelijkheid overstijgt het idee van zijn en niet-zijn.

Laten we dat eens demonstreren aan de hand van de manifestatie van een vlam. We weten dat het mogelijk is om de vlam uit te nodigen zich te laten zien. Als we de vlam kunnen  zien, dan spreken we van 'zijn'. Maar vraag jezelf eens af: vóór de vlam zich liet zien, kun je zeggen dat hij er niet was? Hoe kan niet-zijn zijn worden? De vlam zit ergens verstopt in het luciferdoosje, verborgen in de randvoorwaarden. We kunnen al tegen de vlam zeggen: beste vlam, ik weet dat je er bent. Je zit verstopt in het luciferdoosje en tegelijk daar buiten. We weten dat buiten het doosje zuurstof is, en zonder zuurstof kan de vlam zich heel moeilijk laten zien. Beste vlam, we weten dat je er bent. We willen je niet kwalificeren als niet-zijn. Dus laat jezelf alsjeblieft zien. Aan alle voorwaarden is voldaan, behalve één: het afstrijken van de lucifer. Je kunt niet spreken van 'zijn' als je de vlam ziet en van 'niet-zijn' als je de vlam niet ziet - dat is de leer van de boeddha. Volgens deze leer zijn geboorte en dood een koppel van tegengestelde begrippen. Het zijn begrippen, ze kunnen niet de werkelijkheid weergeven. Ook het denkbeeld van zijn en niet-zijn is een koppel van tegengestelde begrippen. En we kunnen de werkelijkheid ook niet beschrijven in termen van zijn en niet-zijn.

Er zijn theologen die zeggen dat God de grondslag is van het zijn. Daar voel ik me heel ongemakkelijk bij, want als God de grondslag is van het zijn, wie is dan de grondslag van het niet-zijn? God moet beslist de beide denkbeelden van zijn en niet-zijn overstijgen. De aard van de vlam is de aard van geen geboorte en geen dood, geen zijn en geen niet-zijn. De aard van de vlam is ook niet komen en niet gaan. We zouden aan de vlam willen vragen: beste vlam, waar ben je vandaan gekomen en waar ben je naartoe gegaan? Als je heel goed luistert, kun je het antwoord horen: Beste Thay, beste sangha, ik kom nergens vandaan. Ik ben niet uit het zuiden of het noorden gekomen, niet vanuit het oosten of het westen. Mijn ware aard is de aard van het niet-komen. Als aan alle voorwaarden voldaan is, kom ik tevoorschijn - ik kom nergens vandaan. Als we dat horen, dan weten we dat de vlam de waarheid heeft gesproken. Haar ware aard is het niet-komen. Beste vlam, ik zie je niet meer, waar ben je heengegaan? Als je heel goed luistert, kun je horen: Beste Thay, beste sangha, ik ben nergens naartoe gegaan. Ik ben niet naar het zuiden of het noorden gegaan, niet naar het oosten of het westen. Als niet langer aan alle voorwaarden voldaan wordt, houd ik op met mezelf te laten zien – dat is alles. Mijn ware aard is het niet-komen en niet-gaan.


(Strijkt lucifer af.)
Beste vlam, dank je wel dat je weer tevoorschijn bent gekomen. Ben je dezelfde vlam als zojuist of ben je een ander? Dat is het onderwerp van onze meditatie. Onlangs spraken we over het zaad van de maïs. Over de plant die tevoorschijn is gekomen uit dat zaad. De maïsplant ziet er zo anders uit dan het maïszaad. We kunnen de maïsplant dezelfde vraag stellen: ben je dezelfde als het zaad, of ben je een heel andere werkelijkheid, een heel andere entiteit? Je kunt naar een dochter kijken en haar vragen: beste dochter, ben je dezelfde als je moeder of ben je een heel andere persoon? Als je goed luistert naar de vlam dan kun je horen: Beste Thay, beste sangha, ik ben noch dezelfde als die andere vlam, noch een ander. Mijn ware aard is de aard van niet-hetzelfde, niet-anders. Deze overweging kan onze angst wegnemen voor het niet-zijn, onze angst voor de dood.

naar boven
 



(op het bord):
Geen geboorte en geen dood; geen zijn en geen niet-zijn; geen komen en geen gaan; niet hetzelfde en niet verschillend. Binnen de kwantumfysica beginnen ze praktisch hetzelfde te praten. Om een wolk te zijn en in de lucht te zweven, dat is prachtig. Om de regen te zijn die op een heuvel valt, die op een akker valt, dat is ook prachtig. En om een stromende rivier te worden is ook prachtig. Je kunt zien dat de rivier afkomstig is uit de lucht. En de rivier keert weer terug naar de lucht. Meditatie kan ons helpen bij het inzicht der dingen in hun aard van geen geboorte en geen dood, geen komen en geen gaan. In de Diamant Soetra vraagt de boeddha ons na te denken over het concept van levensduur. We stellen ons de tijd voor als een lijn in één richting. We kiezen een punt "B" op de lijn als ons beginpunt, als onze geboorte. Er is een vel papier, de geboorteakte, dat ons er aan herinnert dat we op die dag geboren zijn. We nemen een ander punt op de lijn, "D", en dat is het einde van ons leven. "B" staat voor geboorte, het begin van ons leven, en "D" staat voor dood, het einde van ons leven. En we geloven dat onze levensduur begint bij "B" en eindigt bij "D". We geloven dat we bij "B" beginnen te zijn en bij "D" beginnen met niet-zijn. Vóór "B" is het niet-zijn; na "B" is het zijn en na "D" worde we weer niet-zijn. Dat is de manier waarop we denken over onze levensduur. Het verhaal van de vlam vertelt ons dat dit onjuist is. Punt "B" is alleen het punt waar we tevoorschijn komen. Als je niet op de ene manier te voorschijn  komt, dan kom je wel op een andere manier te voorschijn. Op je verjaardag zingen we niet happy birthday maar gelukkige voortzettingsdag. Want iedere dag is een dag van voortzetting; ieder moment is een moment van voortzetting. Op punt "D" ga je door in een andere vorm. Je hoeft niet te wachten op punt "D" om een andere vorm aan te nemen, dat gebeurt de hele tijd. Op ieder moment produceer je gedachten en spraak en handelingen die een voortzetting van je zijn. Als je mijn voortzetting wilt zien, dan hoef je niet te wachten, die is er al. Mijn aard is de aard van geen geboorte en geen dood. Dat is waarom ik de kinderen vanochtend vertelde dat ik de hele 21ste eeuw met hen samen de heuvel zal beklimmen. De westerse filosofie is te veel verstrikt geraakt in het denkbeeld van zijn en niet-zijn. Voor mij is to be or not to be helemaal niet de vraag! De werkelijkheid staat boven het idee van zijn of niet-zijn. Wanneer we in contact komen met de ware aard van de werkelijkheid, zijn we vrij geworden van deze denkbeelden. De werkelijkheid die vrij is van deze denkbeelden kunnen we Nirvana of God noemen. We hoeven niet ergens heen te gaan om in contact te komen met deze werkelijkheid. Want die werkelijkheid is hier en nu in ieder van ons.

Stel je een golf voor die zich beweegt aan de oppervlakte van de oceaan. Die golf zou erg lijden als ze zou denken in termen van begin en einde, omhoog en omlaag. Ze zal erg lijden als ze denkt in termen van: hier ben ik maar daar zal ik niet zijn. Het is mogelijk voor een golf om het water in haarzelf aan te raken en om haar leven als golf en tegelijk als water te leven. We kunnen over een golf spreken in termen van begin en einde, van op en neer gaan, maar die woorden gebruiken we niet om water te beschrijven. Als een golf zich realiseert dat ze water is, heeft ze geen angst meer. Ze hoeft niet ergens heen te gaan om water te zoeken, want ze is al water, hier en nu. Dus we hoeven niet te zoeken naar God of Nirvana alsof dat niet bij ons is. Als je de tijd neemt om diep contact te maken, dan ben je in je ware aard. Als je naar een Centrum van Aandacht komt kun je daar in aandacht ademen, in aandacht lopen, om je lijden te verzachten. De meeste verlichting vind je als je in contact komt met je ware aard van geen geboorte en geen dood, van geen komen en geen gaan. Het zou geweldig zijn als we in ons leven de tijd weten te vinden om in contact te komen met onze ware aard. Zonder angst en zonder verwarring zal ons geluk onbeschrijflijk zijn.

Er was eens een leek, een leerling van de Boeddha, die het geluk had om op het eind van zijn leven nog een lering van de Boeddha te ontvangen. Hij was een hele rijke zakenman. Hij had een heel vrijgevig hart. Hij had veel vrienden die hem steunden als het moeilijk ging met de zaken. Zijn vrouw en zijn drie kinderen oefenden ook onder de leiding van de Boeddha. De dag dat hij stierf, stuurde de Boeddha zijn leerling Shariputra om hem te helpen in vrede te sterven. Die dag ging Shariputra naar hem toe samen met een andere monnik, de eerwaarde Ananda. Toen de twee monniken aankwamen was de zakenman, wiens naam Anatapindika was, te zwak om op te staan om de monniken te ontvangen. Shariputra zei: doe geen moeite, beste vriend, we pakken een paar stoelen en we komen bij je zitten. Shariputra begon het gesprek met de vraag: beste vriend, hoe gaat het nu met je? het lijden, de pijn van je lichaam, wordt het erger of wordt het minder? Anatapindika antwoordde: eerwaarden, de pijn lijkt niet af te nemen; het wordt als maar erger; ik lijd erg. Daarop begon Shariputra een geleide meditatie over herinneringen aan de Boeddha, de dharma, de sangha en de aandachts-oefeningen. Hij wist heel goed dat Anatapindika de zakenman altijd met plezier de Boeddha, de sangha en de dharma had gesteund en gediend. Hij schiep er genoegen in en hij had het zo geregeld dat hij als zakenman de leringen van de Boeddha kon ontvangen. Als je het denken aan de Boeddha, de sangha en de dharma beoefent, geef je water aan de zaadjes van geluk in die persoon. Al na vijf minuten nam de pijn af; hij hervond zijn balans en hij kon een beetje lachen. Als je toevallig in de nabijheid bent van iemand die stervende is, dan kun je Shariputra nadoen. Je zou moeten proberen de aandacht van de stervende te richten op positieve dingen, op herinneringen aan gelukkige momenten die je met elkaar gedeeld hebt. Met andere woorden, je geeft water aan de zaadjes van geluk in die persoon, om het evenwicht te herstellen tussen pijn en geluk.

Zuster Chan Khong en ik gingen op een dag op bezoek bij een vriend in New York, die op sterven lag. Hij was de voorzitter van een vredesbeweging. Toen we in het ziekenhuis aankwamen, lag hij in coma. Zijn vrouw en dochter waren er, en die probeerden hem bij te brengen om ons te spreken, want we waren hele goede vrienden. Hij kwam niet bij, maar we waren niet ontmoedigd. Ik vroeg zuster Chan Khong om voor hem te zingen. Het lied ging over geen geboorte en geen dood, geen komen en geen gaan. Ik heb de woorden uit een soetra van de Boeddha genomen en op muziek gezet. Toen  zuster Chan Khong het lied voor de derde keer zong, kwam hij bij. Dus je moet niet geloven dat als iemand in coma is, je niet met hem of haar kunt communiceren. Zelfs als iemand in coma is, kun je over vreugdevolle momenten praten; dat is heel belangrijk. Toen de man bij kwam, vroeg zijn dochter: papa, weet je dat Thay en zuster Chan Khong hier zijn? De man kon niet praten maar ik kon aan zijn ogen zien dat hij zich bewust was van de aanwezigheid van mij en zuster Chan Khong. Zuster Chan Khong bleef tegen hem praten over de vredesbeweging en wat we gedaan hadden om de oorlog in Vietnam te beëindigen. Zo gaf ze water aan de zaadjes van geluk in hem. En ondertussen zat ik z'n voeten te masseren om hem duidelijk te maken dat ik bij hem was. We deden hetzelfde als Shariputra door water te geven aan de zaadkes van geluk om zo het evenwicht te herstellen en het lijden te verminderen. Weet je nog die keer dat we in Rome een demonstratie organiseerden: driehonderd katholieke priesters droegen ieder de naam van een Boeddhistische monnik die weigerde in Vietnam te gaan vechten, en werden opgepakt. Zuster Chan Khong bleef maar van die mooie verhalen vertellen. Plotseling begon onze vriend te spreken en hij zei: “prachtig, prachtig!” twee keer achter elkaar. Daarna zonk hij weer in zijn coma. We moesten weg omdat we een paar uur later een lezing zouden houden op een retraite in het noorden van de staat New York. Voor we vertrokken vroegen we zijn vrouw en zijn dochter om op de zelfde manier door te gaan. De volgende ochtend kregen we een telefoontje dat onze vriend heel vredig was gestorven, twee uur nadat we vertrokken waren.

Nadat Shariputra de zakenman had geholpen zijn evenwicht te hervinden, ging hij over tot de meditatie van geen komen en geen gaan, geen geboorte en geen dood. Dit lichaam is niet wie ik ben; ik ben niet gevangen in dit lichaam. Ik ben leven zonder beperkingen. Mijn ware aard is geen geboorte en geen dood. Na een tijdje zo geoefend te hebben, begon Anatapindika te huilen. De eerwaarde Ananda vroeg: beste vriend waarom huil je? heb je ergens spijt van? Ben je niet geslaagd in je oefening? De zakenman keek op en lachte de eerwaarde Ananda toe en zei: ik heb nergens spijt van, de oefening ging heel goed. Maar waarom huil je dan? Ik huil omdat ik zo ontroerd ben. Ik heb de Boeddha ondersteund en meer dan dertig jaar met hem geoefend, maar ik heb nog nooit zo'n mooie lering ontvangen als vandaag van de eerwaarde Shariputra. Ik voel me helemaal vrij en ik ben niet meer bang. Ananda zei: beste vriend, weet je dan niet dat wij monniken bijna iedere dag zo'n lering ontvangen? Anatapindika keek hem aan en zei: eerwaarde Ananda, wij leken hebben het vaak te druk, maar er zijn mensen zoals ik die ook graag zulke leringen en oefeningen willen en kunnen ontvangen. Vertel alsjeblieft aan de Boeddha dat wij leken ook deze lering willen ontvangen. Ananda zei: ik zal je verzoek doorgeven aan de Boeddha. Nadat de twee monniken vertrokken waren, stierf de zakenman in vrede.

Als je dit verhaal wilt lezen, kun je het terugvinden in het Plum Village “Chanting Book”, onder de naam: de lering aan de stervende persoon. Het zou kunnen dat ook jij in de toekomst ooit te maken krijgt met een stervende, en dan kan jouw inzicht, jouw onbevreesdheid helpen dat die persoon in vrede heengaat. Beste sangha, zouden jullie zuster Chan Khong het lied willen horen zingen over geen geboorte en geen dood?

naar boven



[Bel]

naar boven