In 1999 verscheen onder de titel
Fragrant Palm Leaves (Geurende Palmbladeren) een bundel dagboekfragmenten van Thich Nhat Hanh uit de periode 1962-1966. Onderstaand volgt een vertaling van het laatste hoofdstuk van dit boek, waarin Thich Nhat Hanh - vlak voor zijn vertrek destijds uit Vietnam - over het hart van de boeddhistische leer spreekt.

Saigon, 11 mei 1966

 
 


Het is niet erg waarschijnlijk dat deze verzameling dagboekfragmenten de censuur zal doorstaan. Mocht dit manuscript (waar ik de naam Geurende Palmbladeren aan heb gegeven) niet gepubliceerd kunnen worden, dan hoop ik dat mijn vrienden het onder elkaar zullen laten circuleren. De lucht is vanavond ongewoon helder. Hoewel ik morgen pas vertrek uit Vietnam, heb ik nu al heimwee. Ik weet dat de wolken, de sterren en de maan overal zullen zijn, waar ik ook heen ga, maar dat doet niets af aan mijn vastbeslotenheid om weer naar huis terug te keren. Mijn hart is een beetje rusteloos, maar over het geheel genomen voel ik me vredig. In de rust van dit moment wil ik een aantal gedachten - hoewel nog verre van af - op papier zetten.

Om inzicht te verwerven, moet je alles wat je geleerd hebt opzij zetten. Dát wordt in de Diamant Soetra bedoeld met: A is alleen A wanneer het geen A is. Ik weet dat dit nogal vreemd klinkt, maar naarmate ik langer leef, zie ik steeds meer hoe waar dit is. Je vastklampen aan dingen die je geleerd hebt is erger dan dingen niet eens geleerd hebben. Alles wat ik op het Instituut voor Boeddhisme geleerd heb is volledig op z'n kop komen te staan. En juist daardoor ben ik in staat te begrijpen wat ik daar geleerd heb.

naar boven
 


Toen onze DC 4 daarnet Saigon naderde, was er een prachtige lucht. De zon was al onder, maar het was nog licht genoeg om de wolken te zien die zich als een golvende witte zee onder het vliegtuig uitstrekten - de ene golf na de andere, witter dan de puurste sneeuw. Ik werd één met de wolken, ik werd zacht en puur als een wolk. Waarom voelen mensen zich zo aangetrokken tot zuiver witte wolken en zuiver witte sneeuw? Misschien houden we van dingen die zuiver, mooi en heilzaam zijn, omdat ze een weerspiegeling zijn van iets wat we graag in onszelf willen zien. Zuiverheid, schoonheid en heilzaamheid zijn echter niet meer dan onze visie; zij hebben geen eigen, objectief bestaan.

Of het nu gaat om een wit vel papier, een helder beekje, een lieflijk refrein in een muziekstuk of een aantrekkelijke man of vrouw, onze reactie blijft gelijk. We willen graag in contact zijn met wat we als mooi, zuiver en heilzaam beschouwen, en we willen dat deze dingen zo blijven. En corruptie, lelijkheid, wreedheid en verval dan? We doen wat we kunnen om aan de kant van wat mooi en zuiver is te blijven, en de andere kant zouden we het liefst laten verdwijnen.

Nirvana wordt in het Mahayana Boeddhisme beschreven als onvergankelijkheid, geluk, vrijheid en zuiverheid. Ik denk dat het feit dat deze Vier Deugden voor de beschrijving van nirvana zijn gekozen, aangeeft hoezeer wij mensen vastzitten aan een bepaalde voorstelling van geluk.

naar boven
 


Om ons dit soort ideeën te helpen verbrijzelen is de Hart Soetra opgesteld. Na de dingen diepgaand doorschouwd te hebben, glimlacht Avalokita en zegt hij:Alle dharma's worden gekenmerkt door leegte; ze ontstaan noch vergaan, zijn zuiver noch onzuiver, nemen toe noch af. Daarom zijn er in leegte geen vorm, gevoelens, waarnemingen, gedachten of bewustzijn, en ook geen oog, oor, neus, tong, lichaam of geest; geen vorm, geluid, geur, smaak, tastindruk en geen object van de geest.

In het vliegtuig gezeten zag ik dit alles in een heel ander perspectief. Ik glimlachte toen ik er aan dacht hoeveel verschillende vormen water aan kan nemen. Het kan een heldere vloeistof zijn, ijs, stoom, wolken of sneeuw. Elk van deze vormen is H2O, maar H2O zelf is leeg en voortdurend aan verandering onderhevig. Het kan ontbonden worden in waterstof en zuurstof, maar ook deze zijn leeg. Wanneer je zuurstof onderzoekt zul je zien dat het uit niet-zuurstof elementen bestaat, die op zich ook weer leeg zijn en uit andere elementen bestaan. Al deze elementen zijn van elkaar afhankelijk en met elkaar verbonden. Zuurstof is niet van niet-zuurstof te scheiden, maar je kunt ook niet zeggen dat zuurstof en niet-zuurstof hetzelfde zijn.

In deze wereld waarin alles voortdurend in verandering is, willen we ons graag vasthouden aan een altijd geldende, absolute waarheid. Stel dat ik aan mijzelf zou vragen wat het mooiste en belangrijkste in de wereld is en mijn antwoord daarop zou zijn: ëwaterí. Water kan helder als een spiegel zijn. Het kan een bergtop bedekken of het kunnen wervelende witte golven aan de kust worden. Zonder water zou de aarde verdrogen en vergaan. Daarom stel ik dat water het mooiste en belangrijkste is wat er bestaat. Maar als ik, na een korte pauze, over vuur ga nadenken, besef ik dat er ook geen leven mogelijk zou zijn zonder het licht en de warmte van de zon.

naar boven
 


Hoe zou iemand zonder licht ooit mooi van lelijk kunnen onderscheiden? En wie zou zonder licht kunnen zien hoe water helder als een spiegel kan zijn, wie zou sneeuw op een bergtop kunnen zien, of wervelende golven aan de kust? Wanneer ik echter helemaal bezeten ben van water, zal ik mijn ogen daarvoor sluiten - zelfs al ik zie dat dat waar is - en mij alleen aan water vastklampen. Dat zou onwetendheid zijn, nietwaar?

Sommigen beweren dat het feit dat alle verschijnselen voortdurend in verandering zijn, ondersteuning biedt voor het geloof in reïncarnatie. Mogelijk heb je dat geloof verworpen toen je nog jong was, omdat je begreep dat het uitgaat van het bestaan van een afgescheiden, onveranderlijk zelf, of van een ziel die van het ene lichaam naar het andere kan verhuizen. In werkelijkheid is er geen afgescheiden zelf, is er geen zuurstof en geen waterstof met een op zichzelf staande, onveranderlijke identiteit. En toch openbaart de wereld van leegte zich als een eeuwigdurend wonder.

Er is wel een soort reïncarnatie, hoewel we, als we de dingen diepgaand beschouwen, zullen zien dat niets blijvend of niet-blijvend, zuiver of corrupt, mooi of lelijk is. Zeg dit soort dingen alsjeblieft niet tegen kinderen want hun ogen zijn nog niet voldoende geopend. Ze zouden tot de conclusie kunnen komen dat er, als er geen goed en kwaad bestaat, geen reden is om volgens ethische normen te leven. Als je kon kiezen, zou je dan niet zuiverheid boven corruptie verkiezen, geluk boven lijden en vriendelijkheid boven wreedheid? Dat lijkt een duidelijke zaak. De meeste mensen gaan er echter van uit dat kiezen voor zuiverheid, geluk en vriendelijkheid, inhoudt dat we corruptie, lijden en wreedheid moeten vernietigen. Maar is dat wel mogelijk? Als dat wat de Boeddha ons leert, Dit is er omdat dat er is, waar is, dan maakt corruptie deel uit van zuiverheid. Vernietig je corruptie, dan vernietig je tegelijkertijd ook zuiverheid. Dit is er niet omdat dat er niet is.

naar boven
 


Betekent dat dat we corruptie, wreedheid en lijden moeten voeden? Natuurlijk niet! Al dit soort tegenstellingen worden door onze eigen geest gecreëerd; ze komen voort uit ons opslagbewustzijn. We maken een enorme strijd van geluk en lijden. Zouden we, net als Avalokita, in staat zijn om tot het ware gezicht van de werkelijkheid door te dringen, dan zou al ons verdriet en ongeluk als rook vervluchtigen en zouden we inderdaad over ons niet-welbevinden heen komen.

Kijk eens naar de glimlach van de Boeddha, zo volmaakt vredig en vol mededogen. Wil die glimlach zeggen dat hij jouw en mijn lijden niet serieus neemt? De Boeddha heeft Bodhisattva Sadaparibhuta gezonden om ons te laten weten dat hij niemand minacht, omdat elk wezen een Boeddha zal worden. Mijn reactie op de glimlach van de Boeddhas komt misschien voort uit een kinderlijk minderwaardigheidsgevoel - in ieder geval niet uit een gevoel van zelfrespect. We kunnen ons tegenover de Boeddha - voor wie nirvana en samsara niet meer dan opflikkeringen van leegte zijn - makkelijk onwaardig, onhandig en dom voelen. Toch weet ik zeker dat de Boeddha mededogen met ons heeft; niet omdat we lijden, maar omdat we de uitweg uit het lijden niet zien - want dat is de oorzaak van ons lijden.

Al vanaf dat ik heel jong was heb ik geprobeerd te begrijpen wat mededogen werkelijk is. Maar het beetje mededogen dat ik geleerd heb, is niet het resultaat van intellectuele arbeid, maar van het lijden wat ik zelf heb ondergaan. Ik ben even weinig trots op mijn lijden als iemand die een stuk touw voor een slang aanziet, trots is op zijn angst. Mijn lijden is enkel maar een stuk touw geweest, niet meer dan een druppel leegte, zo onbetekenend, dat het als de ochtendnevel zou moeten vervluchtigen. Maar mijn lijden is niet vervluchtigd en ik ben haast niet in staat het te dragen.

naar boven
 


Ziet de Boeddha mijn lijden dan niet? Hoe kan hij dan toch glimlachen? Liefde wil zich manifesteren - romantische liefde, moederliefde, vaderlandsliefde, liefde voor de mensheid, liefde voor alle wezens. Wanneer je van iemand houdt, ben je bezorgd om zijn of haar veiligheid en wil je graag dat hij of zij bij je in de buurt is. Degenen van wie je houdt kun je niet zomaar uit je gedachten zetten. Het zien van het eindeloze lijden van levende wezens moet de Boeddha wel heel erg ter harte gaan. Hoe is het dan mogelijk dat hij daar alleen maar zit en glimlacht?

Maar denk eens even na. Wij zijn zelf degenen die hem zittend en glimlachend afbeelden en daar is ook een bepaalde reden voor. Als je, uit bezorgdheid om iemand die je dierbaar is, de hele nacht wakend doorbrengt, ga je zo op in de wereld der verschijnselen dat je het ware gezicht van de werkelijkheid waarschijnlijk niet kunt zien. Voor een dokter die precies weet wat de zieke mankeert, ligt dat echter anders. Een dokter vraagt zich niet elk moment af wat er met de patiÎnt aan de hand kan zijn en staat geen duizend angsten uit, zoals de familie. Wetend dat de patiënt weer beter zal worden kan de dokter, zelfs op het moment dat de patiënt nog ziek is, glimlachen. In die glimlach schuilt niets onvriendelijks; het is eenvoudigweg de glimlach van iemand die de situatie precies kent en die zich geen onnodige zorgen maakt.

Hoe kan ik onder woorden brengen wat Groot Mededogen, mahakaruna, werkelijk is? Wanneer we beginnen te zien dat zwarte modder en witte sneeuw mooi noch lelijk zijn, wanneer we naar modder en sneeuw kunnen kijken zonder ze als twee verschillende, op zichzelf staande dingen te zien, beginnen we te begrijpen wat Groot Mededogen is. In de ogen van Groot Mededogen bestaat er geen links en rechts, geen vriend en vijand, geen ver en dichtbij. Denk niet dat Groot Mededogen levenloos is. Groot Mededogen is een stralende en wonderbaarlijke energie. In de ogen van Groot Mededogen zijn subject en object niet van elkaar gescheiden, is er geen afgescheiden zelf. Groot Mededogen kan door niets verstoord worden.

naar boven
 


Wanneer een wreed en gewelddadig iemand je buik openrijt en je darmen er uit haalt, kun je glimlachen en met liefde naar hem kijken. Dat hij zo handelt, zonder enige notie van wat hij doet, is het gevolg van zijn opvoeding, de omstandigheden waar in hij verkeert en zijn onwetendheid. Kijk naar hem - naar degene die op jouw ondergang uit is en die je met onrecht overlaadt - met liefde en mededogen. Laat je ogen overvloeien van mededogen en laat er geen rimpeltje van verwijt of boosheid in je hart opkomen. Hij begaat zinloze wandaden jegens jou en doet je lijden omdat hij de weg naar vrede, vreugde en begrip niet kan zien.

Als je ooit te horen zou krijgen dat ik op een wrede manier om het leven ben gebracht, weet dan dat ik met vrede in mijn hart gestorven ben. Weet dat ik in mijn laatste ogenblikken niet ten prooi ben geweest aan woede. We moeten een ander nooit haten. Wanneer je dit inzicht in jezelf teweeg kunt brengen, zul je kunnen glimlachen. Denkend aan mij zul je je weg vervolgen. Je zult een toevlucht hebben die je nooit afgenomen kan worden. Niemand zal je vertrouwen kunnen ondermijnen omdat het niet op wat dan ook in de wereld der verschijnselen gebaseerd is.

Vertrouwen en liefde zijn één en zij kunnen zich alleen in je ontwikkelen als je ziet dat alle dingen in de wereld der verschijnselen in wezen leeg zijn, wanneer je kunt zien dat jij in alles bent en dat alles in jou is. Lang geleden las ik eens een verhaal over een monnik die geen boosheid voelde jegens de wrede koning die één van zijn oren had afgehakt en hem een aantal messteken had gegeven. Toen ik dat las dacht ik dat die monnik een soort god was. Dat kwam omdat ik toen nog niet wist wat Groot Mededogen was. Er was geen boosheid in die monnik. Hij had alleen een hart vol liefde. Niets weerhoudt ons ervan om net als die monnik te zijn. Liefde leert ons dat we allemaal zoals de Boeddha kunnen leven. Morgenochtend moet ik vertrekken. Ik heb vanavond geen tijd meer om dit alles nog eens over te lezen, maar ik zie Hung morgen nog even en dan zal ik hem dit manuscript geven voor ik ons geliefde vaderland verlaat.


naar boven
 
naar boven