| Een terrorist is geen terrorist (Vught, mei 2006) |
|
|
|
|
Lezing tijdens het bezoek aan Nederland in mei 2006 bij ZIN, klooster voor zingeving en werk in Vught. Hieronder volgt een deel van deze lezing.
Heel veel dank voor jullie gastvrijheid, voor jullie broeder- en zusterschap. Deze plek is zo mooi. Vanochtend hebben we al loopmeditatie gedaan. Dit is een prachtige plek om vrede te beoefenen! De monniken en nonnen uit Plum Village zullen zo dadelijk voor ons zingen. Probeer te genieten van hun zang door te oefenen met niet-denken. Breng je aandacht naar de in- en uitademing en sta de energie van vrede en broederschap toe om in je lichaam en geest door te dringen voor transformatie en heling. Als je spanning of pijn voelt in je lichaam, sta de energie daarvan dan toe om omarmd en getransformeerd te worden. Als je pijn of zorgen hebt in je hart, laat de energie van vrede, broederschap en compassie dan binnendringen en je zorgen zachtjes omarmen. Alleen al door te oefenen met in- en uitademen en door je volledig bewust te zijn van je ademhaling, kun je getuige zijn van deze transformatie. Als er iemand in je omgeving is die je liefhebt en die lijdt, maar die hier nu niet is, dan kun je misschien eenvoudig aan diegene denken of zijn of haar naam in gedachten nemen, dat zou genoeg zijn om energie te zenden aan die persoon en hij of zij zal die vrede ervaren. De monniken en nonnen uit Plum Village zullen de naam aanroepen van Avolokiteshvara, de heer van compassie. De heer van compassie is in ons hart. Ieder van ons heeft compassie in zich en deze compassie kan ook onze capaciteit voor vergeving in ons aanraken. Samen zullen we een gezamenlijke energie van compassie creëren die in ieder van ons zal doordringen en ieder van ons zal helen. Avalokiteshvara is geen god. Avalokiteshvara is de energie van begrip en compassie die deel uitmaakt van ieder van ons. Als we die energie een kans geven, zal hij zich manifesteren. Hij heeft de kracht om te helen en te transformeren. De woorden van het lied zijn ‘Namo Avalokiteshvara’, wat betekent: ’Ik neem toevlucht in diepgaand luisteren en diepgaand kijken, wat vrijheid en transformatie van lijden met zich mee zal brengen.’ Iedereen wordt uitgenodigd om te ontspannen en om je adem te volgen en gewoon te genieten van de energie die ontstaat door het zingen.
[De monniken en nonnen zingen ‘May the day be well’ en ‘Namo Avalokiteshvara’.] Goedemorgen lieve vrienden. Laat ons genieten van onze in- en uitademing met de bel. Als ik inadem, weet ik dat ik inadem. Als ik uitadem, weet ik dat ik uitadem. Inademend weet ik dat ik leef. Uitademend glimlach ik naar het leven in mij. In de boeddhistische traditie spreken we van ‘samskara’. Dit betekent ‘intentie, motivatie, wil of verlangen’ als een soort voedsel. Het is het soort voedsel dat ons helpt om door te gaan. Als beoefenaar moet je je concentreren op je diepste verlangen. Wat wil je bereiken? Waarschijnlijk is het de intentie, de wil of het verlangen van een zakenman of -vrouw om succesvol te zijn in zijn of haar zaak, veel winst te maken en veel mensen aan het werk te helpen. Een politieke leider zou ook moeten weten wat zijn intentie en diepste verlangen is. Het diepste verlangen van een boeddhistische monnik, zeg maar: mijn diepste verlangen, is om vrij te zijn. In het leven van een persoon en in het voortbestaan van een onderneming willen we allen iets bereiken. We moeten weten wat we willen realiseren. Monniken en nonnen willen vrijheid realiseren. In het boeddhisme is het uiteindelijke doel niet ‘eenheid met God of Boeddha’, maar eerder ‘transformatie’ en ‘helen’. In ons en om ons heen voelen we ongezondheid (ill-being) en lijden. De oefening zou behulpzaam moeten zijn om dit lijden en deze ongezondheid in de wereld te transformeren. Daarom moet de oefening van een monnik of leek over vrijheid gaan. Het gaat dan niet om politieke vrijheid, maar om vrijheid van angst en boosheid, vrijheid van wanhoop en van het hunkeren dat ons doet lijden. Er zouden hele concrete manieren moeten zijn om de energie van boosheid, angst, hunkering en wanhoop in ons te herkennen, zodat we in staat zijn om deze emoties te omarmen en ze te transformeren. Zonder dat soort vrijheid kan iemand niet gelukkig zijn. Dat is de betekenis van Waar Geluk. Een monnik zou zo moeten leven dat hij iedere stap vrij van angst zet. Wij zijn omringd door lekenvrienden die samen met ons oefenen. Hun doel is ook om vrij te worden: vrij van angst en onze eigen aandoeningen, onze boosheid, onze wanhoop en onze depressie. De Boeddha helpt ons er altijd aan herinneren dat niets kan overleven zonder voedsel. Onze angst en woede hebben ook voedsel nodig om te overleven. Als we weten hoe we de wortel van dit soort emoties kunnen afsnijden, dan moeten ze sterven en weggaan. Liefde heeft ook voeding nodig om te voorkomen dat ze sterft. De Boeddha zei: ‘Wat er ook op je pad komt: lijden, angst, boosheid, wanhoop, als je weet hoe je diep in de aard ervan moet kijken en de bron van zijn voeding kunt vinden, dan voedt het jou.’ Waardoor is het tot je gekomen? Hoe is het ontstaan? Als je dat kunt zien, dan ben je al op het pad van vrijheid en bevrijding. Het is heel belangrijk om in de aard van ons lijden te kijken om te identificeren welke bron dit lijden voedt. Dan zul je de weg naar buiten weten. Je moet het voedsel identificeren en dan moet het sterven. Stel dat je een depressie hebt en dat je daaronder lijdt. We weten dat we een depressie hebben omdat we deze hebben gevoed. We hebben ons leven op zo’n manier geleid dat we veel voedingsstoffen hebben gegenereerd die de depressie voeden. Iedereen heeft het zaadje van een depressie in zich, evenals het zaadje van vreugde en tolerantie. Als we op zo’n manier leven dat het zaadje van vreugde niet de gelegenheid heeft om zich te manifesteren, dan kan de depressie zich manifesteren. Als we in ons dagelijks leven niet het soort voeding tot ons nemen dat levenskracht geeft aan het zaadje van depressie, dan kan het niet groeien en dan zijn we vrij van depressie. Iedereen heeft een zaadje van compassie en vrijgevigheid in zich, maar als deze zaden niet gevoed worden, dan kunnen we niet vrijgevig worden en dan blijven we onderscheid maken. De vraag is daarom hoe we ons leven op zo’n manier kunnen leven dat onze goede zaadjes elke dag water krijgen en dat de negatieve zaadjes in ons weinig kans krijgen om tot bloei te komen. Hoe meer vrijheid je hebt, des te gelukkiger word je als monnik of als leek. Ik ken een geslaagd en getalenteerd zakenman, Frederik, in de veertig. Zijn vrouw, Claudia, is heel trots op hem. Maar hij gaat zo volledig op in zijn werk dat hij niet voor zichzelf of zijn familie kan zorgen. Aanvankelijk was Claudia heel trots op hem, maar na een tijdje begon ze eenzaam te worden. Hij had geen tijd voor haar of voor hun twee kinderen. Hij had zelfs geen tijd voor zichzelf. Al zijn energie en tijd wijdde hij aan de zaak. Hij wilde succes. Dat is begrijpelijk, maar toch werd hij het slachtoffer van zijn eigen succes. Claudia probeerde met hem te praten: ‘Dit is geen leven: je hebt geen tijd voor mij of voor onze kinderen. Daar lijden we onder.’ Toen zijn zoon geopereerd moest worden, had hij het te druk om te kunnen komen. Toen Claudia geopereerd moest worden kon hij ook niet komen. Soms huilde Claudia ’s nachts en dan vertelde ze hem hoe ze leed en dat ze zo niet door kon gaan. Maar dan antwoordde hij:’Ik zal proberen om over een paar jaar te stoppen met werken en dan heb ik tijd voor jou en de kinderen, maar op dit moment is de situatie kritiek. Niemand kan mij op dit moment vervangen. Laten we een paar jaar wachten.’ Een paar weken daarna kwam hij om bij een auto-ongeluk. Zijn werk had hem binnen 24 uur vervangen. Ongeveer 7 jaar geleden hielden we een retraite voor zakenlieden in Plum Village. We kwamen erachter dat zakenlieden veel zorgen en angst hebben en dat ze veel lijden. Tijdens de retraite probeerden we ze de soort oefening bij te brengen die ze zou helpen om elk moment in hun dagelijks leven dieper te leven. Ze kunnen niet in het nu zijn. Ze worden altijd afgeleid door de gewoonte-energie dat ze succesvol willen zijn. Die energie zit in ieder van ons en drijft ons ertoe om iets te doen of iets te bereiken, om succesvol te zijn. Door deze krachtige gewoonte-energie zijn we niet in staat om in het nu te zijn. Volgens de Boeddha is het verleden al achter de rug en de toekomst is nog niet gekomen. Er is slechts één moment waarop je je leven echt kunt leven, en dat is het nu. Het leven is alleen beschikbaar in het nu. Je hebt een afspraak met het leven in het nu. Als we het nu missen, missen we onze afspraak met het leven en dat is een ernstige zaak. De basisoefening in Plum Village bestaat eruit om te leren hoe je in aandacht kunt leven. Aandacht is het soort energie die je kan helpen om ‘hier’ te zijn, in het nu. In ons dagelijkse leven zijn we verstrooid. Ons lichaam is er wel, maar onze gedachten zijn elders: in het verleden, in de toekomst, in onze verschillende projecten, zodat onze gedachten zelden in ons lichaam zijn. Als de gedachten en het lichaam geen eenheid zijn, dan leef je niet echt. Je moet leren hoe je je gedachten terug kunt brengen in je lichaam en hoe je in het nu moet zijn. Je kunt de wonderen van het leven in en om je heen aanraken. Dat is niet moeilijk. De oefening bestat eruit dat je aandachtig ademt, aandachtig loopt, aandachtig de afwas doet en aandachtig je tuintje water geeft. Al dit soort oefeningen kan je helpen om je aandacht terug te brengen naar je lichaam en elk moment van je dagelijkse leven diep te leven. Je kunt van elk moment genieten, van elke minuut in je leven. Je wordt niet afgeleid. De Boeddha zei: ‘Als je zit, dan weet je dat je zit. Als je loopt, dan weet je dat je loopt. Als je je thee drinkt, wees je er dan van bewust dat je thee drinkt. Als je inademt, weet dan dat je inademt.’ De basisoefening van een monnik is om terug te komen in het nu. Dan kun je het koninkrijk van God aanraken, het pure land. Het koninkrijk van God is geen project. Het koninkrijk van God is niet iets van de toekomst. Wat je zoekt, kun je vinden in het nu. Als je je leven diep in het nu leeft, heb je de gelegenheid om het koninkrijk van God te ervaren, het pure land van de Boeddha, hier en nu. Als je dat kunt doen, ben je vrij. Dan hoef je niet meer te rennen. Stel je voor dat iemand je vraagt of je het mooiste moment van je leven al hebt beleefd. Misschien schaam je je dan. Misschien antwoorden we dan: ‘Het lijkt alsof het mooiste moment van mijn leven er nog niet is, maar het zal snel komen, binnenkort.’ Eén ding is duidelijk: als we doorgaan om te leven zoals we het de afgelopen 20 jaar hebben gedaan, altijd aan het rennen, altijd druk, altijd verstrooid, dan zal het mooiste moment van ons leven waarschijnlijk de komende 20 jaar niet plaatsvinden! Misschien komt het wel nooit. Volgens de leer van de Boeddha moet je dit moment tot het mooiste moment van je leven maken. Dat is mogelijk voor iedereen. Als je je gedachten terugbrengt in je lichaam, als je jezelf vestigt in het hier en nu, dan kun je het koninkrijk van God aanraken, het pure land van de Boeddha, en de wonderen van het leven die echt in en om je heen zijn. Je kunt wonderen aanraken. Wonderen zijn er al, ‘in het nu zijn’ is al een wonder. Als ik inadem, ben ik me bewust van mijn ogen. Mijn ogen zijn een wonder van het leven. Ik glimlach naar mijn ogen, omdat ze nog goed zijn. Een paradijs van vormen en kleuren is beschikbaar, alleen maar door je ogen te openen. Je hoeft alleen maar aanwezig te zijn in het hier en nu en je ogen te openen en dan is het paradijs er voor je. Je hebt niet meer macht nodig. In de Bijbel staat dat een boer eens een schat vond in een veld. Hij ging naar huis en verkocht alles om dat veld te kunnen kopen. Hij wilde alleen die schat en die schat is het koninkrijk van God. Als je dat eenmaal hebt kunnen aanraken, wil je niets anders meer. Macht, seks en geld hebben dan geen aantrekkingskracht meer. Het brengt je de grootste vreugde om te leven in het koninkrijk van God en dat aan te raken met je voeten, je gedachten en je ogen. Het is de grootste vervulling. Dit kunnen we allen doen: monniken en leken, boeddhisten en niet-boeddhisten, communisten en niet-communisten. Een paar jaar geleden hadden we de gelegenheid om een retraite aan te bieden aan politieke leiders in de Verenigde staten. We gaven een lezing in de Library of Congress en daarna hielden we een driedaagse retraite voor leden van het congres. We konden aandachtig ademen oefenen om onze gedachten terug te brengen in ons lichaam. We genoten ervan om op zo’n manier te lopen dat elke stap ons terugbracht in het hier en nu, zodat we het koninkrijk van God, het pure land van de Boeddha, konden aanraken met onze voeten. Dit is een oefening in weerstand, omdat in ons de neiging bestaat om weg te rennen. We hebben de gewoonte om te rennen omdat we niet geloven dat geluk hier en nu mogelijk is. We denken dat geluk in de toekomst mogelijk is, als we wat meer omstandigheden hebben kunnen creëren, en dat geluk dan mogelijk is. Dit is een soort universeel geloof en daarom verlaten we het huidige moment voor de toekomst. Ik las een verhaal in de Bijbel en vond er een les van de Boeddha in: ‘Maak je geen zorgen over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen. Leef de dag van vandaag zonder zorgen.’ Je hoeft geen Boeddha te zijn om aandacht te oefenen. De les is ook in de christelijke traditie beschikbaar. Toen ik 40 jaar geleden voor het eerste naar Amerika ging in de hoop het moorden in mijn land te stoppen, kon ik met veel Amerikanen praten. Ik herinner me dat ik op een dag in de buurt van Philadelphia de gelegenheid had om in een kerk voor zwarte mensen te spreken. Ik zei:’ Je hoeft niet te sterven om het koninkrijk van God te betreden. Je moet zelfs heel erg levend zijn om dat te kunnen doen. Als je wacht totdat je dood gaat, is het misschien te laat.’ Als je weet hoe je aandachtig moet lopen en ademen, hoe je jezelf terug kunt brengen naar het hier en nu en hoe je de wonderen van het leven kunt aanraken die beschikbaar zijn. Met één stap kun je al het koninkrijk van God binnengaan. Mijn christelijke vrienden zijn het met mij eens dat het koninkrijk van God niet érgens daarbuiten’ is in de ruimte. Het koninkrijk van God is in ons hart. Het boeddhisme leert hetzelfdem, het boeddhisme van het Pure Land: het Pure Land is in ons hart. Als je in je kart kijkt met dit inzicht en deze compassie, is ons hart immens! In de Vietnamese oorlogsjaren kwam ik vaak naar Nederland om te vragen om steun voor de oorlogsslachtoffers en de wezen. Ik vond de mensen in Nederland heel vrijgevig, moedig, open minded en tolerant. Telkens als ik aan Nederland dacht, voelde ik vreugde. Het zaagje van vrijgevigheid en tolerantie moet elke dag water krijgen, zodat wij on geluk kunnen onderhouden. Als we de zaadjes van angst, intolerantie en discriminatie water geven, zal ons hart krimpen en dan zullen we beginnen te lijden. In het boeddhisme spreken we van ‘grenzeloze liefde’ of ‘bramaviharva’. In het boeddhisme wordt liefde beschreven in termen als:
[1] Voor dit deel van de tekst is gebruik gemaakt van de uitleg die Thây van deze woorden geeft in 'Het hart van de Boeddha’s leer'. Tijdens deze lezing gebruikte Thây de schuingedrukte woorden als uitleg van de Sanskriet-woorden.
[2] In het Nederlands vertaald onder de titel 'Leren over liefde'.
[3] Hier begrijp ik Thay niet, omdat het voor mij niet duidelijk is naar welke oorlogssituatie hij verwijst.
[4] Hier vind ik het moeilijk te volgen. In mijn hoofd ontstaat hier een beeld alsof Thay een onderscheid maakt tussen verschillende soorten spirituele energie: spirituele energie die de politiek nodig heeft om de gewapende strijd in stand te houden en die verdeeldheid veroorzaakt. Ik ga er (mijn interpretatie, dus) van uit dat Thay dit beschouwt als negatieve spirituele energie, afkomstig van christelijke fundamentalisten aan de ene kant en moslimfindamentalisten aan de andere kant. Daarnaast spreekt Thay verderop in de lezing over het belang van spiritualiteit in de politiek en in de economie, als tegenwicht tegen de gewapende strijd en het ‘straffen’. Ik vind het moeilijk om dit goed te interpreteren. Wie bepaalt immers wanneer spirituele energie negatief dan wel positief is?
|
Thich Nhat Hanh 

