Een lezing van Thay voor de monniken, nonnen en de leken van Plum Village om hen voor te bereiden op de 21-daagse juni retraite van dat jaar, 30 mei 2002.
Wie zorgt voor wie?
Morgen zullen er veel mensen komen voor de 21 daagse Juni retraite. Over het algemeen voelen we ons, als we op een retraite komen, de eerste twee dagen niet zo erg op ons gemak. Als je aangekomen bent dan moet je je aanpassen aan het ritme van de retraite. In de maatschappij gaat alles snel, maar in een retraite gaat het er anders aan toe. Je ben gewend om alles vlug te doen maar op een retraite moet alles juist langzaam gebeuren, we moeten ons anders gedragen.
Er zijn mensen die gewend zijn naar retraites te gaan, zij hoeven zich niet zo aan te passen, zij weten hoe vreugdevol het kan zijn. Zij weten al hoe je kan lopen, hoe je kan ademhalen. Voor hen is het gemakkelijker om direct van het begin af te genieten. Misschien zijn ze moe, maar als ze deze bekende plek zien en hun vrienden weer ontmoeten, zullen ze zich meteen thuis voelen. Maar we moeten er rekening mee houden dat er ook nieuwkomers zijn die twee of drie dagen nodig hebben om te wennen.
Er zullen veel verschillende mensen naar deze retraite komen. Wij zullen voor de nieuwkomers, die zich niet meteen op hun gemak voelen, moeten zorgen. Maar er zullen ook mensen zijn die het meteen fijn vinden hier te zijn en voor hen hoeven we niet te zorgen en misschien zorgen zij wel voor ons! Er zullen ook mensen zijn wiens oefening al erg goed is. Het feit dat een aantal van ons nog niet zo lang monnik of non is, kan betekenen dat er mensen komen wiens oefening beter is dan die van hen. Vandaag gaan we onderzoeken wat ‘zorgen voor’ nu eigenlijk inhoudt. Wie zorgt er eigenlijk voor wie?
Omdat hier (in Plum Village) bijna alleen monniken en nonnen en vaste (leken)bewoners zijn, denken wij dat wij gastheer en gastvrouw van de retraite zijn en dat wij daarom voor iedereen die komt moeten zorgen. Maar het is zo dat er juist ook mensen komen die voor òns zullen zorgen. Er zijn mensen bij die heel veel van het boeddhisme weten, misschien zelfs wel meer dan sommige monniken en nonnen. We kunnen dus, ondanks het feit dat zij leken zijn, veel van hen leren. En er zijn zeker ook mensen bij wiens beoefening al veel steviger is dan die van een aantal monniken en nonnen. Heb hierover dus geen vooropgezette ideeën. Laten we open en vrij zijn zodat we iedereen op waarde kunnen schatten. Iedereen is als een bloem, er zijn zoveel verschillende bloemen.
Gastheer of gast?
Wie is de gastheer of gastvrouw, wie is de gast? We moeten niet denken dat alleen wij gastheer zijn, de mensen die komen kunnen dat ook voor ons zijn. Wij zullen gaan zorgen voor de mensen die hier komen maar we zullen ook bereid zijn om hen voor ons te laten zorgen. Ga er van uit dat zowel de gast als de gastheer of gastvrouw in ons zelf aanwezig zijn. Als we naar de gastheer kijken dan zien we gelijkertijd de gast en door naar de gast te kijken zien we meteen de gastheer of gastvrouw. Onze beoefening bestaat eruit dat wij iedere gast transformeren tot gastheer of gastvrouw. Tijdens een retraite mag er geen verschil zijn tussen hen zijn want we worden één grote sangha. We moeten het zo doen dat iedereen zich hier thuis voelt, dat we voor elkaar zorgen en dat het niet alleen de vaste bewoners zijn die overal voor zorgen.
Het is belangrijk dat je voelt dat je beschikbaar bent en dat je je vrienden op hun gemak stelt zodat iedereen echt ‘thuis’ kan komen. Het is een feit dat een paar van ons, hoewel zij vaste bewoner van Plum Village zijn, zich niet zo prettig voelen als er veel mensen komen en geneigd zullen zijn zich te terug te trekken. We zijn misschien niet zo stevig in de oefening en voelen ons hier wellicht minder thuis dan sommige mensen die op de retraite komen.
‘Voel ik me hier en nu op mijn gemak’?
Dat is de eerste vraag. Voel je je op je gemak met je broeders en zusters, ja of nee? Als je niet op je gemak voelt, hoe is het dan mogelijk een ander zich prettig te laten voelen? Zorg dus dat je je goed voelt in de sangha, tussen je broeders en zusters, dat is de basisoefening. Je voelt geen behoefte om je terug te trekken, je voelt je hier thuis. Je bent je er van bewust dat je samen met je broeders en zusters bent en je neemt je voor hen echt als je familie te zien. Accepteer je zuster zoals ze is, accepteer je broeder zoals hij is, dat is je uitgangspunt. Het fundament is dat je je vredig voelt, dat je voelt dat dit je thuis is. En als je je werkelijk thuis voelt, op je gemak, dan ben je in staat om een vriend die hier naar toe komt hetzelfde te laten voelen. Het verschil tussen gastheer en gast valt dan weg. Als die grens is weggevallen dan is echt geluk, werkelijk geluk mogelijk.
Onze vrienden kunnen hun steentje bijdragen in het goed laten verlopen van de retraite, om de retraite tot een gelukkig samenzijn te maken. Het is dus belangrijk om te zien dat het er niet om gaat of een retraite goed georganiseerd wordt, maar meer of we ons gelukkig voelen in een retraite. Het is niet genoeg om te denken dat het alleen maar je taak is om gastheer te zijn en dat het je plicht is om de ander gelukkig te maken. Je moet zelf genieten van de retraite, jij zelf moet je gelukkig voelen. Dit inzicht is belangrijk.
Voor mij biedt elke retraite een geweldige mogelijkheid om gelukkig te zijn. Thay moet een aantal Dharma lezingen geven maar dat weerhoudt hem er niet van om van de retraite te genieten. Hij maakt zich geen zorgen over zijn lezingen, hij wil er juist van genieten en hij vindt het fijn als ook anderen er van genieten. Hij ziet het als oefening om gelukkig te zijn, hij zorgt ervoor dat hij niet zit te tobben over van alles. Jullie kunnen hetzelfde doen.
Er zullen veel werkzaamheden zijn, koken, schoonmaken, een Dharma discussie groep leiden, achter de computer zitten..., maar al deze dingen zullen jullie er niet van kunnen weerhouden om gelukkig te zijn. Jullie moeten ervoor zorgen dat je relatie met anderen, vaste bewoners of gasten, goed is. Betrek hen in ‘gelukkig zijn.’
Het gaat er niet om een retraite goed te leiden, het gaat erom te genieten. Belangrijk is dat de grens tussen gast en gastheer wegvalt zodat jijzelf en de mensen om je heen kunnen genieten.
Er zal wat veranderen omdat we gewend zijn om hier als vaste bewoners met elkaar te leven. Als er dus 300 mensen bijkomen dan zal dat heel anders zijn, zij zullen een heleboel ‘verstoren’. Alles is anders en vreemd. Vóór de retraite waren we als broeders en zusters in de vaste sangha dicht bij elkaar, maar als er 300 of 400 mensen bij komen, dan zullen we ‘verdund’ zijn, het lijkt wel of de sangha dan verdund is. Net zoals je thee verdund is als je er water bij doet. We zullen ons moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en we hebben niet zoveel tijd meer om met onze broeders en zusters op te trekken, we kunnen niet meer zo genieten van onze innige relatie met elkaar. Maar dat hoeft ons er niet van te weerhouden om gelukkig te zijn, want iedereen die hiernaar toe komt zal als een broer of zus voor ons zijn. Je zal heel snel, vanaf de eerste dag al, je aanpassen aan die nieuwe situatie. Doe alles wat je moet doen met blijdschap en nodig anderen uit hetzelfde te doen, of ze nu een vaste bewoner zijn of dat ze alleen maar hier zijn voor de retraite. Als het je lukt dat van meet af aan te doen, dan voelen zij zich ook meteen op hun gemak. Als zij voelen een deel van de sangha te zijn, dan voelen ze zich verantwoordelijk voor het geluk van de hele sangha en dan zal hun geluk heel oprecht zijn.
Het organiseren op zich is dus niet het probleem. Er zijn centra die heel erg goed in organiseren zijn. Ik geef toe dat Plum Village vaak niet goed georganiseerd is, zoals de telefoon, de fax...enzovoort. Maar ik heb centra gezien die buitengewoon goed georganiseerd waren maar waar geen geluk heerste. Er zijn mensen die denken dat Plum Village een beetje te lui is, ongeorganiseerd, maar toch vindt men dat niet zo erg, als er maar voldoende geluk is. Het is veel beter om minder georganiseerd maar wel gelukkig te zijn. Iedereen zal ons dat dan snel vergeven. Houdt je niet krampachtig vast aan het idee, de wens, dat alles perfect moet zijn. Ik zelf denk dat werkelijk geluk zonder een beetje luiheid, onmogelijk is. Dat is mijn ervaring. Niets doen is ook al iets doen.
Je moet niet te veel hooi op je vork nemen. Het is niet mogelijk om echt gelukkig te zijn als je aan jezelf, aan je kinderen of je gemeenschap, te veel eisen stelt. Laten we in deze geest de retraite organiseren. Niet te perfect zijn, een beetje lui zijn mag. Zorg dat iedereen gelukkig is. Dat is pas een echte kunst!
Om nog eens samen te vatten wat ik zei: ten eerste is het belangrijk om je op je gemak te voelen, binnen in jezelf. Oefen dan op zo’n manier dat de vijf Skanda’s een sangha worden. Zorg ervoor dat je niet in conflict bent met jezelf en met je broeders en zusters. Accepteer hen zoals ze zijn. Stel van te voren geen eisen: ‘ik zal pas van je houden als je dit of dat doet, of juist niet doet’. Geef hen een kans, het is al heel wat als je dat kan doen. En vergeet daarbij niet: als je zelf niet op je gemak bent, je niet goed voelt, dan geef je een ander ook niet de mogelijkheid zich goed te voelen.
Ten tweede: geniet van de retraite. Maak je geen zorgen, we zullen het met elkaar doen, zoals een bijenkorf, een mierennest. Laat de sangha ons dragen, laat ons een echte sangha zijn. Alles wat we doen doen we samen. Alles wat we zeggen of denken is wat de sangha doet, denkt of zegt. De sangha weerspiegelt jou en jij weerspiegelt de sangha. Als jij loopt is het de sangha die loopt. Hoe mooi is het als de sangha loopt, solide, in vrijheid. Op die manier loop je voor de sangha. Je praat dan niet want als je tegelijkertijd praat en loopt dan kan je niet dat effect van geluk, stevigheid en vrijheid bewerkstelligen. Omdat jij geoefend hebt om op je gemak te zijn, te genieten, zal dat zichtbaar zijn, natuurlijk en vloeiend.
De basis van de retraite, van de beoefening, is om ‘te zijn’. Als je basis stevig is dan zal alles wat je doet de kwaliteit van ‘je zijn’ weerspiegelen. Wees stevig, wees gelukkig, glimlach. Je zal dan vastberadenheid en frisheid uitstralen.
Je hoeft het niet allemaal in je eentje te doen, je hoeft niet alles perfect te organiseren. Als je je voldoende op je gemak voelt, als je ontspannen bent, dan is dat genoeg. Erger je niet aan je broeders of zusters als ze niet precies gedaan hebben wat jij van hen verwacht had. Ga naar hen toe, help hen, verhef je stem niet, maar zeg met een glimlach: ‘laat me je helpen’. Word niet kwaad, wind je niet op. Door dit te doen creëer je geluk. Het is onze opdracht om gelukkig te zijn en geluk met anderen te delen.
Wat is de bedoeling van de retraite?
De bedoeling van de retraite is om ervan te genieten! Zeg, als je moe bent, tegen je broeder of je zuster dat je moe bent en dat je een uurtje rust nodig hebt, dat je jezelf even moet terugtrekken zodat je weer fris verder kunt gaan. Zij zullen je begrijpen, Thay zal je begrijpen. Want we hebben allemaal onze grenzen, we kunnen niet meer zijn dan we zijn, we kunnen niet meer doen dan we doen.
Succes, veel geluk, heb een fijne retraite!