Anuradha Soetra PDF Afdrukken E-mailadres
Aldus heb ik gehoord van de Boeddha, in de tijd dat deze verbleef in het huis met de puntgevel in het Grote Bos bij de stad Vesali. De Eerwaarde Anuradha woonde toen in het bos in een kluizenaarshut niet ver van de Boeddha vandaan. Op een dag kwam een groep kluizenaars de Eerwaarde Anuradha bezoeken. Na het uitwisselen van begroetingen en beleefdheden, vroeg de groep: “Eerwaarde Anuradha, de Tathagata wordt vaak geprezen voor het bereiken van de hoogste vrucht van ontwaken. Hij heeft u vast en zeker zijn opvatting over de volgende vier stellingen uitgelegd:
  1. “Na zijn dood, zal de Tathagata blijven bestaan.
  2. “Na zijn dood, zal de Tathagata ophouden te bestaan.
  3. “Na zijn dood, zal de Tathagata zowel blijven bestaan, als ophouden te bestaan.
  4. “Na zijn dood, zal de Tathagata niet blijven bestaan, noch ophouden te bestaan.

“Vertel ons alstublieft welke van deze vier stellingen de juiste is.”
De Eerwaarde Anuradha antwoordde: “Vrienden, de Tathagata, de Alom-Geëerde, degene die de hoogste vrucht van ontwaken heeft bereikt, heeft deze vier stellingen nooit geponeerd, noch heeft hij er over gesproken.”
Toen ze het antwoord van de Eerwaarde Anuradha hoorden, zeiden de kluizenaars: “Het kan zijn dat deze monnik nog maar net is ingetreden, of als hij al langer is  ingetreden, zal hij wel traag van begrip zijn.” Ontevreden met het antwoord van de Eerwaarde Anuradha verlieten ze hem, in de veronderstelling dat hij ofwel net was ingetreden of weinig intelligent was.
Toen de kluizenaars waren vertrokken, dacht de Eerwaarde Anuradha: “Als kluizenaars mij deze vragen blijven stellen, hoe kan ik dan het beste antwoorden om zowel de waarheid te spreken alsook de leer van de Boeddha juist weer te geven. Hoe kan ik het beste antwoorden om in overeenstemming te zijn met de juiste Dharma en niet bekritiseerd te worden door de aanhangers van het pad van de Boeddha?” Toen ging Anuradha naar het verblijf van de Boeddha, boog voor de Boeddha, begroette de Boeddha, en vertelde hem wat er was voorgevallen.
De Boeddha vroeg hem: “Wat denk je Anuradha? Kun je de Tathagata vinden in de vorm?”
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Kun je de Tathagata vinden buiten de vorm?”
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Kun je de Tathagata vinden in gevoelens, waarnemingen, mentale formaties of bewustzijn?”
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Kun je de Tathagata vinden buiten gevoelens, waarnemingen, mentale formaties of bewustzijn?”
“Nee, Alom- Geëerde.”
“Welnu, Anuradha, denk je dat de Tathagata vorm, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn overstijgt?”
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Anuradha, als je de Tathagata zelfs tijdens zijn leven niet kunt vinden, kun je de Tathagata dan vinden in deze vier stellingen:

  1. "Na zijn dood, zal de Tathagata blijven bestaan.
  2. “Na zijn dood, zal de Tathagata ophouden te bestaan.
  3. “Na zijn dood, zal de Tathagata zowel blijven bestaan, als ophouden te bestaan.
  4. “Na zijn dood, zal de Tathagata niet blijven bestaan, noch ophouden te bestaan.

“Nee, Alom-Geëerde.”
“Zo is het, Anuradha. De Tathagata heeft alleen gesproken en onderwezen in relatie tot deze ene kwestie: lijden en het einde van lijden.”

Samyutta Nikaya 22.86