De Diamant die Illusies Doorsnijdt
Openingsgatha
Hoe kunnen we de angst voor geboorte en dood overwinnen
en tot een staat van zijn komen die zo onverwoestbaar is als een diamant?
Welke weg kan ons leiden in onze oefening
om onze duizenden illusies weg te vagen?
Als de ontwaakte geest haar compassie toont
en de schatkamer voor ons opent,
dan kunnen we de prachtige Diamantleringen
in ons leven brengen.
Soetra
Aldus heb ik gehoord van de Boeddha in de tijd dat hij verbleef in het klooster in het park van Anathapindika in het woud van Jeta vlakbij de stad Shravasti, samen met een gemeenschap van 1250 bhikshus, volledig gewijde monniken.
Toen het die dag tijd was voor de bedelronde, trok de Boeddha zijn sanghati gewaad aan en ging, met zijn kom in zijn handen, de stad Shravasti in om te bedelen voor voedsel, van huis tot huis. Toen de bedelronde afgelopen was, ging hij terug naar het klooster om het middagmaal te eten. Daarna deed hij zijn sanghati gewaad uit, zette zijn kom weg, waste zijn voeten, legde zijn kussen goed, en ging zitten.
Op dat moment stond de Eerwaarde Subhuti op, ontblootte zijn rechterschouder, zette zijn knie op de grond, en, terwijl hij zijn handen respectvol vouwde, zei hij tegen de Boeddha: “Alom-Geëerde, het is bijzonder om iemand te vinden zoals u. U steunt de Bodhisattva’s altijd en toont hen speciaal vertrouwen.
“Alom–Geëerde, als de zonen en dochters van goede families, de hoogste, meest vervulde, ontwaakte geest tot stand willen laten komen, waar zouden ze dan op moeten vertrouwen en wat moeten ze doen om hun denken meester te worden?”
De Boeddha zei tegen Subhuti, “Op deze wijze worden de Bodhisattva Mahasattva’s hun denken meester: ‘Hoeveel soorten levende wezens er ook zijn – of ze nu uit eieren geboren worden, uit de baarmoeder, uit vochtigheid, of spontaan; of ze nu vorm hebben of geen vorm; of ze waarnemingen hebben of geen waarnemingen hebben; of als niet kan worden gezegd of ze waarnemingen hebben of geen waarnemingen hebben, we moeten al deze wezens naar nirvana leiden zodat ze bevrijd kunnen worden. Echter, als deze ontelbare, onmeetbare, oneindige aantallen wezens bevrijd zijn, dan denken we waarachtig niet dat een enkel levend wezen is bevrijd.’
“Waarom is dit? Als, Subhuti, een bodhisattva zich vastklampt aan de opvatting dat een zelf, een persoon, een levend wezen, of een levensduur bestaat, dan is deze persoon geen echte bodhisattva.
“Voorts Subhuti, als een bodhisattva vrijgevigheid beoefent, vertrouwt hij niet op enig object – een vorm, geluid, geur, tastzin, tastbaar object, of dharma – om vrijgevigheid te beoefenen. Dat is, Subhuti, de geest waarin een bodhisattva vrijgevigheid beoefent, zich niet verlatend op tekens. Waarom? Als een bodhisattva vrijgevigheid beoefent zonder zich te verlaten op tekens dan kan het geluk dat daaruit voortkomt niet waargenomen of gemeten worden. Subhuti, denk je dat de ruimte in de het Oostelijk Kwartier gemeten kan worden?
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Subhuti, kan de ruimte in het Westelijk, Zuidelijk, of het Noordelijk Kwartier, boven of beneden, gemeten worden?”
“Nee, Alom-Geëerde.”
“Subhuti, als een bodhisattva niet vertrouwt op enig concept terwijl hij vrijgevigheid beoefent dan is het geluk dat voortkomt uit deze deugdzame handeling zo groot als de ruimte. Het kan niet gemeten worden. Subhuti, de bodhisattva’s dienen hun geest te laten verblijven in de leringen die ik zojuist heb gegeven.
“Wat denk je, Subhuti? Is het mogelijk om de Tathagata te vatten met behulp van lichamelijke kenmerken?”
“Nee, Alom-Geëerde. Wanneer de Tathagata spreekt over lichamelijke kenmerken, dan zijn er geen kenmerken waarover gesproken wordt.”
De Boeddha zei tegen Subhuti. “Op een plek waar iets is dat onderscheiden kan worden door kenmerken, op die plek is misleiding. Als je de kenmerkloze natuur van de kenmerken kan zien, kan je de Tathagata zien.”
De Eerwaarde Subhuti zei tegen de Boeddha, “Zullen er in toekomstige tijden mensen zijn die, als ze deze leringen horen, er waarlijk geloof en vertrouwen in stellen?”
De Boeddha antwoordde, “Spreek niet zo, Subhuti. Vijfhonderd jaar nadat de Tathagata overleden is, zullen er nog steeds mensen zijn die de vreugde en het geluk zullen waarderen die voortkomen uit het naleven van de leefregels. Als zulke mensen deze woorden horen, dan hebben ze er geloof en vertrouwen in dat dit de waarheid is. Weet dat zulke mensen zaadjes gezaaid hebben, niet alleen gedurende het leven van één Boeddha, of zelfs twee, drie, vier, of vijf Boeddha’s, maar in feite heilzame zaadjes hebben geplant gedurende de levens van tienduizenden Boeddha’s. Iedereen die, zelfs al is het maar voor een moment, een zuiver en helder vertrouwen laat opkomen als hij deze woorden van de Tathagata hoort, dan ziet en kent de Tataghata deze persoon, en hij of zij zal onmeetbaar geluk verwerven vanwege dit inzicht. Waarom?
“Omdat deze persoon niet gevangen is in de opvatting van een zelf, een persoon, een levend wezen of een levensduur. Hij of zij is niet gevangen in de opvatting van een dharma of van een niet-dharma. Hij of zij is niet gevangen in de opvatting dat dit een kenmerk is en dat dat geen kenmerk is. Waarom? Als je gevangen bent in de opvatting van een dharma, ben je ook gevangen in de opvatting van een zelf, een persoon, een levend wezen en een levensduur. Dat is waarom we niet gevangen zouden moeten zijn in dharma’s of in de opvatting dat dharmas niet bestaan. Dit is de verborgen betekenis als de Tathagata zegt, ‘Monniken, jullie moeten weten dat alle leringen die ik jullie geef als een vlot zijn’. Al het onderricht moet worden verlaten, om niet te zeggen het niet-onderricht.”
De Boeddha vroeg Subhuti, “Heeft de Tathagata iets bereikt in vroeger tijden, toen de Tathagata oefende onder de leiding van de Boeddha Dipankara?”
Subhuti antwoordde, “Nee, Alom-Geëerde. In vroeger tijden, toen de Tathagata oefende onder de leiding van de Boeddha Dipankara, heeft hij niets bereikt.
“Wat denk je, Subhuti? Schept een bodhisattva een sereen en prachtig Boeddha Veld?”
“Nee, Alom-Geëerde. Waarom? Het scheppen van een sereen en prachtig Boeddha Veld is in feite niet het scheppen van een sereen en prachtig Boeddha-veld. Daarom wordt het genoemd het scheppen van een sereen en krachtig Boeddha-veld.”
De Boeddha zei, “Dus, Subhuti, alle Bodhisattva Mahasatta’s zouden in deze geest een zuivere en heldere intentie moeten laten ontstaan. Als zij deze intentie laten ontstaan, dan moeten ze niet bouwen op vormen, geluiden, geuren, smaken, tastbare objecten of objecten van de geest. Ze zouden een intentie moeten laten ontstaan zonder dat hun geest ergens verblijft.”
“Dus, Subhuti, als een bodhisattva een ongeëvenaarde ontwaakte geest laat ontstaan, moet hij alle opvattingen opgeven. Hij kan niet bouwen op vormen als hij deze geest laat ontstaan, noch op geluiden, geuren, smaken, tastbare objecten of objecten van de geest. Hij kan alleen maar een geest laten ontstaan die in niets in gevangen is.
“De Tathagata heeft gezegd dat alle concepten geen concepten zijn en dat alle levende wezens geen levende wezens zijn. Subhuti, de Tathagata is degene die spreekt over dingen zoals ze zijn, zegt wat waar is, en spreekt in overeenstemming met de werkelijkheid. Hij spreekt niet misleidend of om mensen te vleien. Subhuti, als we zeggen dat de Tathagata een lering heeft ontwikkeld, dan is deze lering noch grijpbaar noch misleidend.
“Subhuti, een bodhisattva die nog afhankelijk is van concepten bij het beoefenen van vrijgevigheid is als iemand die in het donker loopt. Ze zal niets zien. Maar als een bodhisattva niet afhankelijk is van concepten bij het beoefenen van vrijgevigheid, dan is zij als iemand die met goed zicht loopt onder het heldere licht van de zon. Ze kan alle vormen en kleuren zien.
“Subhuti, zeg niet dat de Tathagata de opvatting heeft, ‘Ik zal levende wezens naar de kust van de bevrijding brengen’. Denk niet op die manier, Subhuti. Waarom? In werkelijkheid is er geen enkel wezen voor de Tathagata om naar de andere kant te brengen. Als de Tathagata zou denken dat deze er zou zijn, zou hij gevangen zijn in de opvatting van een zelf, een persoon, een levend wezen, of een levensduur. Subhuti, wat de Tathagata een zelf noemt heeft geen zelf op de wijze waarop gewone mensen denken dat er een zelf is. Subhuti, de Tathagata ziet niemand als een gewoon mens. Daarom kan hij hen gewone mensen noemen.
“Wat denk je, Subhuti? Kan iemand op de Tathagata mediteren door middel van de twee-en-dertig kenmerken?”
Subhuti zei: “Ja, Alom-Geëerde. We zouden de twee-en-dertig kenmerken moeten gebruiken om te mediteren op de Tathagata.”
De Boedha zei: “Als je zegt dat je de twee-en-dertig kenmerken kunt gebruiken om de Tathagata te zien, is de Cakravartin dan ook een Tathagata?”
Subhuti zei: “Alom-Geëerde, ik begrijp uw lering. Men zou geen gebruik moeten maken van de twee-en-dertig kenmerken om te mediteren op de Tathagata.
Toen sprak de Alom-Geëerde dit gedicht:
“Iemand die me wil zien als vorm
of me zoekt in geluid
is op een verkeerd pad
en kan de Tathagata niet zien.”
“Subhuti, als je denkt dat de Tathagata de hoogste, meest vervulde, ontwaakte geest heeft verwezenlijkt en het niet nodig heeft om alle kenmerken te bezitten, dan heb je het verkeerd. Subhuti, denk niet op die manier. Denk niet dat als iemand de hoogste, meest vervulde, ontwaakte geest laat ontstaan, deze alle objecten van de geest als niet-bestaand moet zien, afgesneden van het leven. Denk niet op deze manier. Iemand die de hoogste, meest vervulde, ontwaakte geest laat ontstaan zegt niet dat alle objecten van de geest niet bestaan en afgesneden zijn van het leven.”
Nadat ze de lezing van de Boeddha gehoord hadden, begonnen de Eerwaarde Subhuti, de monniken en nonnen, mannelijke en vrouwelijke leken, en goden en asura’s, vervuld van geluk en vol vertrouwen, deze leringen in praktijk te brengen.
Vajracchedika Prajnaparamita Sutra
Taisho Gereviseerde Tripitaka 335
Voor de volledige tekst en commentaar, zie Thich Nhat Hanh, The Diamond That Cuts through Illusion, Parallax Press 1992.