Soetra over de Absolute Wijsheid
-
Degene die nog steeds vasthoudt aan een dogmatische zienswijze, deze als hoogste in de wereld beschouwt en denkt: ‘dit is de meest voortreffelijke’ en daarbij andere zienswijzen minderwaardig acht, wordt nog steeds gezien als iemand die niet vrij is van tweedracht.
-
Wanneer je iets ziet, hoort of waarneemt en het beschouwt als het enige dat troost en voordeel biedt aan jezelf, dan ben je altijd geneigd erin verstrikt te raken en al het andere te verwerpen als minderwaardig.
- Wanneer je verstrikt bent geraakt in je eigen zienswijze en alle andere zienswijzen als minderwaardig beschouwt, dan wordt deze houding door de wijzen gezien als gebondenheid, als afwezigheid van vrijheid. Een goede beoefenaar gelooft nooit te snel wat hij ziet, hoort en waarneemt, inclusief regels en rituelen.
- Een goede beoefenaar heeft geen behoefte aan het ontwikkelen van een nieuwe theorie voor de wereld, en daarbij gebruik te maken van de kennis die hij verworven heeft van de regels en rituelen die hij beoefent. Hij beschouwt zichzelf niet als “meerdere”, “mindere” of “gelijke” van iemand anders.
- Een goed beoefenaar laat het idee van een zelf los, alsmede de neiging om zich vast te klampen aan zienswijzen. Hij is vrij en nergens van afhankelijk, zelfs niet van kennis. Hij kiest geen partij bij onenigheden en houdt niet vast aan zienswijzen of dogma’s.
- Hij zoekt niets en klampt zich nergens aan vast, noch aan het ene uiterste noch aan het andere uiterste, noch in deze wereld noch in de andere wereld. Hij heeft alle zienswijzen achter zich gelaten en heeft geen behoefte meer aan het zoeken van troost of toevlucht bij een theorie of ideologie.
- Voor de wijze zijn er niet langer opvattingen over wat hij ziet, hoort of waarneemt. Hoe zou iemand kunnen oordelen of een mening kunnen hebben over zo’n puur wezen dat alle opvattingen achter zich heeft gelaten?
- Een wijze voelt geen behoefte meer aan het ontwikkelen van dogma’s of het kiezen van een ideologie. Alle dogma’s en ideologieën zijn door zo’n persoon achtergelaten. Een werkelijk edel mens raakt nooit gevangen in regels of rituelen. Een wijze gaat steeds verder door naar de oever van bevrijding en zal nooit meer terugkeren naar het rijk van gebondenheid.
Paramatthaka Sutta
Sutta Nipata 4-5