Aldus heb ik gehoord van de Boeddha in de tijd dat hij verbleef in het Bamboebosklooster in de buurt van de stad Rajagriha. In die tijd liep een monnik zeer vroeg in de morgen naar oevers van de rivier. Daar aangekomen trok hij zijn bovenpij uit, legde deze op de oever en ging het water in om te baden. Na het baden kwam hij het water uit, wachtte tot zijn lichaam droog was en trok zijn bovenpij weer aan. Op dat moment verscheen er een godin wier lichaam omgeven door licht de gehele oever oplichtte. De godin zei tegen de monnik: “Eerwaarde, je bent nog maar net ingetreden. Je haar is nog helemaal zwart en je bent nog zo jong. Waarom zou je je op dit moment van je leven niet parfumeren met oliën, je tooien met edelstenen en geurige bloemen en genieten van de vijf zinnelijke genoegens? Waarom heb je je dierbaren verlaten en het wereldse leven de rug toegekeerd, om alleen te leven? Waarom scheer je je haar en baard af, draag je een monnikspij en geloof je in het kloosterleven? Waarom laat je de genoegens van dit moment aan je voorbijgaan en zoek je genoegens in een verre toekomst?”
De monnik antwoordde: “Ik geef de genoegens van dit moment niet op om te zoeken naar genoegens in een verre toekomst. Ik geef ongeschikte genoegens op om het diepste geluk in het huidige moment te vinden.
De godin vroeg: “Wat bedoel je daarmee?”
De monnik antwoordde: “De Alom-Geëerde heeft ons geleerd: in de vervulling van zinnelijke genoegens proef je weinig zoetheid en veel bitterheid, geringe voordelen en een grote kans op onheil. Als ik nu verblijf in de Dharma heb ik het laaiende vuur van kwellingen achter me gelaten. De Dharma is beschikbaar in het hier en nu. Ze is niet tijdgebonden; ze nodigt ons altijd uit om haar te komen zien. Ze kan door ieder van ons zelf worden verwezenlijkt en ervaren. Dat is wat wordt bedoeld met het opgeven van ongeschikte genoegens om te komen tot het diepste geluk in het huidige moment.”
De godin vroeg de monnik nogmaals: “Waarom zegt de Alom-Geëerde dat in het ongeschikte genieten van zinnelijke genoegens weinig zoetheid en vooral veel bitterheid te proeven is, dat de voordelen gering zijn maar de kans op groot onheil groot is? Waarom zegt hij dat we, als we verblijven in de Dharma die beschikbaar is in het hier en nu, het laaiende vuur van kwellingen achter ons kunnen laten? Waarom zegt hij dat deze Dharma tot het huidige moment behoort, niet tijdgebonden is en ons altijd uitnodigt om haar te komen zien, beschikbaar is hier en nu, en wordt verwezenlijkt en ervaren door ieder van ons voor zichzelf?”
De monnik antwoordde: “Ik ben nog maar twee jaar monnik. Ik heb niet het vermogen u de ware leer en de prachtige leefregels uiteen te zetten die door de Alom-Geëerde verkondigd worden. De Alom-Geëerde verblijft hier vlakbij in het Bamboebos. Waarom gaat u niet naar de Alom-Geëerde toe om uw vragen direct aan hem voor te leggen? De Tathagata zal u de Ware Dharma aanbieden die u kunt ontvangen en toepassen als leidraad in uw dagelijks leven.”
De godin zei: “Eerwaarde monnik, op dit moment is de Tathagata omgeven door machtige en invloedrijke goden en godinnen. Het is moeilijk voor mij om hem te benaderen en hem over de Dharma vragen te stellen. Als u bereid bent om deze vragen namens mij aan de Tathagata voor te leggen, dan zal ik u vergezellen.”
De monnik zei: “Ik zal u helpen.”
De godin zei: “Eerwaarde, dan zal ik u volgen.”
Toen ging de monnik naar de plaats waar de Boeddha verbleef, betuigde zijn respect aan de Boeddha, liep wat terug en ging opzij van de Boeddha zitten. Hij herhaalde het gesprek dat hij met de godin had en zei: “Alom-Geëerde, als deze godin niet oprecht gesproken had, zou ze niet met mij meegekomen zijn.” Op dat moment klonk de stem van de godin van verre: “Eerwaarde monnik, ik ben hier, ik ben hier.” De Alom-Geëerde schonk haar meteen de volgende gatha:
“Wezens hebben verkeerde waarnemingen
over objecten van begeerte.
Daarom zijn ze gevangen in begeerte.
Omdat ze niet weten wat begeerte werkelijk is
gaan ze voort op het pad naar de Dood.”
De Boeddha vroeg de godin: “Begrijp je deze gatha? Als het niet zo is, zeg het dan.”
De godin antwoordde: “Ik heb het niet begrepen, Alom-Geëerde. Ik heb het niet begrepen, Goed-Heengegane.”
Daarop zei de Boeddha een andere gatha op voor de godin:
“Als je de ware natuur van begeerte kent,
zal de begerende geest niet geboren worden.
Als er geen begeerte is, en geen waarneming die daarop gebaseerd is,
op dat moment kan niemand je verleiden.”
De Boeddha vroeg de godin: “Begrijp je deze gatha? Als het niet zo is, zeg het dan.”
De godin antwoordde: “Ik heb het niet begrepen, Alom-Geëerde. Ik heb het niet begrepen, Goed-Heengegane.”
Daarop zei de Boeddha een andere gatha op voor de godin:
“Als je denkt dat je beter, minder of gelijk bent aan anderen,
veroorzaak je verdeeldheid.
Zonder deze drie complexen van trots,
is er niets dat je geest kan verontrusten.”
De Boeddha vroeg de godin: “Begrijp je deze gatha? Als het niet zo is, zeg het dan.”
De godin antwoordde: “Ik heb het niet begrepen, Alom-Geëerde. Ik heb het niet begrepen, Goed-Heengegane.”
Daarop zei de Boeddha een andere gatha op voor de godin:
“Wanneer we begeerte en de drie complexen overwinnen,
onze geest vredig is, dan hebben we niets meer te wensen.
In dit leven en in volgende levens
laten we alle zorgen en kwellingen van ons afglijden.”
De Boeddha vroeg de godin: “Begrijp je deze gatha? Als het niet zo is, zeg het dan.”
De godin antwoordde: “Ik heb het begrepen, Alom-Geëerde. Ik heb het begrepen, Goed-Heengegane.”
De Boeddha had zijn lering voltooid. De godin was verheugd om de lering van de Boeddha na te volgen. Ze oefende in overeenstemming met deze leer, waarna ze verdween zonder dat er ergens nog een spoor van haar te bekennen viel.
Samiddhi Sutta, Samyukta Agama 1078
(Komt overeen met Samyutta Nikaya 1.20, evenals Taisho 99)
| < Vorige | Volgende > |
|---|
| EIAB |
| Plum Village |
| Wake Up |
| Parallax Press |
| Mindful Kids |